Pluto: de transformatie

Pluto

Transformatie van het lijden is een gemeenschappelijk thema van de Plutoïden (zie ook inleidende tekst over de Plutoïden). Er zijn verschillende oorzaken die het lijden in stand kunnen houden. Pluto gaat over vluchten, wegkijken, verstoppen en verdringen. Hij moedigt ons aan om de uitdaging aan te gaan om onze angst (voor vernietiging) onder ogen te komen. Pluto gaat over de confrontatie. Hieronder drie artikelen over het onderwerp.

Pluto gaat over het wantrouwen van de enorme (levens)kracht die wij bezitten. Pluto gaat over angst die voorkomt uit een oordeelvellend ego, dat deze levenskracht afwijst en vernietigt.  

1. Zet een schijnwerper op je pijn (deel 1)

Pijn is het bewijs dat je een blessure hebt opgelopen, dat er een deuk is geslagen in je systeem. Soms heeft pijn zich verstopt en duurt het even voordat de verdoving is uitgewerkt en het zich in alle hevigheid manifesteert. Zo verging het mij ook. Gewone dagelijkse handelingen, dingen die ik altijd deed, lukte ineens niet meer of gingen niet meer op de oude vertrouwde manier. Ik verloor de controle en ik kan zeggen dat dit voor iemand met de Zon in het zesde huis en de Maan in Maagd geen gemakkelijke opgave was. Het zweet brak me letterlijk en figuurlijk uit en mijn hart klopte in mijn keel.
Bekomen van de diagnose begon ik voortvarend aan een proces van rust en ontspanning en loslaten. Door veelvuldig aan ontspanningsoefeningen te doen en aandacht te hebben voor de signalen die mijn lichaam uitzond, signaleerde ik aanwezige blokkades en pijnpunten. En na een tijdje, juist toen ik dacht dat de kramp zijn greep begon te verliezen, kwam de pijn. De tijd dat ik kon genieten van de verdoving (de eerste fase na de blessure) was nu definitief voorbij.
Wanneer je een blessure oploopt is verdoving van de pijn een mooie oplossing van lichaam en geest om met het getroffen zijn om te gaan. Het haalt de scherpte, de rauwe randjes van de verwonding af waardoor je (tijdelijk) op de been wordt gehouden. De verdoving parkeert als het ware de pijn in de kelder, je onderbewuste. Tijdens momenten van rust en ruimte raakt de verdoving echter snel uitgewerkt en op een dergelijk moment in de tijd wil de verwonding ineens weer aan de oppervlakte verschijnen. De blessure wil volledig gevoeld worden zodat het kan genezen. Sommigen kiezen echter liever voor verdoving en zij zoeken naar een uitweg, een vluchtroute, een alternatief voor de pijn. Alles om het lijden (dat zeer overheersend kan zijn) maar hanteerbaar te maken. Het verdoven van de pijn is echter niet hetzelfde als genezen en ontkenning van blokkades kan nooit de oplossing zijn.
Transformatie van de pijn kan alleen dan plaatsvinden wanneer je (hoe ondraaglijk misschien ook) de pijn wilt voelen. Misschien heb ik gemakkelijk praten, want wie geeft ondraaglijke pijn nu graag de ruimte? Toch denk ik echt dat de enige echte weg richting genezing die van de confrontatie is. Dit uit liefde voor jezelf. Wij moeten de held in onszelf aanboren om de pijn die soms ineens in alle hevigheid de kop opsteekt onder ogen te komen, zodat wij weten wat het is dat ons probeert klein te krijgen. Alleen een held durft oog in oog te staan met de duisternis en zichzelf tegen vernietigende krachten te verdedigen. En wie echt durft, doet er goed aan om de stem van het lichaam aan te horen, zodat wij in ieder geval kunnen gaan inzien welke krachten er aan het werk zijn. Want als deze zich in een fase van verdoving bevinden dan sluimeren zij in de diepte.
Vervolgens als de verdoving is uitgewerkt, is het goed om het heft in eigen handen te nemen en orde op zaken te stellen. We moeten misschien nieuwe keuzes maken, grenzen stellen en kunnen de voorbeelden genoemd in de eerdere inzichten tot uitvoering gaan brengen. Zo kunnen we leren om energieverslindende verbindingen te verbreken, knellende bagage neer te zetten, vaart te minderen en vooral ook om heel veel geduld te hebben…


2. Zet een schijnwerper op je pijn (deel 2)

Fysieke pijn is een roep om aandacht, een schreeuw om hulp, afkomstig van iets dat gekend wil worden. Pijn is het tastbare gebaar van iets dat zich verdrukt voelt. Iets dat zich verscholen houdt in de duisternis. Waarom? Omdat jij het daar onbewust hebt ingeduwd.
Pijn is daarom niet iets dat we zouden moeten bestrijden en uitschakelen. We doen er goed aan pijn de ruimte te gunnen, een podium te geven waarop het zich kan presenteren. Geef ruimte aan de pijn (misschien makkelijker gezegd dan gedaan). Laat het schreeuwen en razen (of misschien beter gezegd: uitrazen). Mogelijk kun je er achter komen wie of wat het is die de pijn de wereld in stuurt? Wat is er zo wanhopig dat het schreeuw om aandacht? En nog belangrijker: wat is de boodschap?
Eerder dacht ik dat innerlijke pijn altijd wordt gedragen door het hart. Of eigenlijk: ik had er nooit echt serieus bij stilgestaan dat dit misschien helemaal niet altijd zo hoeft te zijn. We weten allemaal dat een warm en groot hart pijn kan verzachten, troost kan bieden en sterk genoeg is om vanuit compassie, verdriet te dragen. Pijn hoort in het beste geval dus een thuishaven te vinden in het hart, dat voelt althans het meest logisch. Lijden hoort door het hart te worden opgenomen en daar te worden verwerkt en geabsorbeerd, maar dit is helemaal niet altijd het geval. In sommige gevallen hangt de zwaarte bijvoorbeeld als een molensteen aan de nek of ligt het als een steen in de maag. Het hart is volgens mij veel sterker om pijn te dragen dan de wervels in mijn nek. Mijn buik, nieren, longen of welk ander orgaan dan het hart is eigenlijk geen goede ‘hang- of bewaarplek’.
Mogelijk kunnen we wanneer we fysieke pijn ervaren, onder het mom van een experiment, naar de pijn toegaan en deze (wie daar mee bekend is: door middel van geleide meditatie) naar het hart te brengen.
Zou het mogelijk zijn om onszelf troost te bieden met ons eigen hart? Kan het hart het podium zijn dat de kern van een innerlijk probleem soms zo hard nodig heeft? Nemen wij ons hart eigenlijk wel serieus genoeg of houden we liever de poorten dicht en daarmee ook de warmte opgesloten in ons binnenste? Sluiten wij ons af voor ons eigen innerlijk verdriet, woede, wanhoop enzovoort waardoor het elders, buiten ons eigen hart, een onderduikplek moet zoeken?


3. De Zonde

(uit de serie emotionele betrokkenheid)

Iedereen laat bewust of onbewust wel eens een steekje vallen. Een klein foutje kunnen we vaak nog wel door de vingers zien, maar een grotere misstap is een stuk lastiger overheen stappen. Gedane zaken nemen echter geen keer en het is niet mogelijk om de tijd terug te draaien en een gemaakte fout recht te zetten. Mensen met een perfectionistische inslag kunnen na een gemaakte misstap langdurig rondlopen met een schuldgevoel. Je betrokkenheid bij de ander doet je inzien (of beter gezegd invoelen) wat jouw acties bij de ander teweeg brachten. Wanneer je een ander hebt gekwetst, toont schuldgevoel dat je met de ander meeleeft en dat je zijn/haar pijn betreurt. Schuldgevoel kunnen we daarom in verband brengen met berouw.
Een gebeurtenis kan vanwege berouw als een stilzwijgende last op je schouders rusten. De behoefte om het goed te willen doen en het juiste te willen uitdragen, is door je gebrek aan tact en inzicht mislukt. Je manier van handelen was niet perfect. Sommigen gaan zelfs geloven dat zij er in de wereld vol volmaakte schoonheden niet echt bij horen. Mensen met een laag zelfbeeld kunnen rondlopen met een hardnekkig stemmetje dat hen vermanend toespreekt en zoiets zegt als: “verdwijn en schaam je diep!”

Ik zie het leven als een leerproces. Er is niets mis met het niet perfect zijn. Wij mensen zijn nu eenmaal geen goden. Door fouten te maken en het effect van ons handelen als reactie in de buitenwereld terug te zien, leren we wat handig is en wat niet, wat ethisch en verantwoord is en wat niet. Berouw tonen na een gemaakte misstap hoort bij het leerproces en is naar mijn mening dan ook een positieve daad dat op empathie wijst (emotionele betrokkenheid). Wanneer je oprecht berouw toont en dit gevoel met het ‘slachtoffer’ deelt, geef je eigenlijk je imperfectie toe en laat je zien dat je bewust kunt meeleven met de ander en met de situatie die jij hebt veroorzaakt.
Berouw tonen na een blunder heeft echter vooral zin wanneer de ander onze imperfecte manier van zijn niet afwijst. Je moet (tot een bepaalde hoogte) fouten mogen maken. Dit is bijvoorbeeld niet het geval wanneer de ander zoiets denkt als: “schuldbewust of niet, je zat fout en daarmee basta!”

Groei en ontwikkeling zijn menselijke eigenschappen en we doen er goed aan om een ander zijn of haar leerproces te gunnen. Wanneer een ander echter niet openstaat voor onze imperfecties, of te hoge eisen stelt aan onze manier van zijn, kunnen wij ons niet voldoende veilig en vertrouwt voelen om experimenterend door het leven te gaan.
Er is overigens wel een verschil of iemand met een vol verstand (dus expres) iets of iemand schade toebrengt en zich dus bewust is van het leed dat hij/zij veroorzaakt. ‘Slechteriken’ die moedwillig de grens van het toelaatbare overschrijden en geen blijk geven van empathie stagneren het groeiproces richting (zelf-)bewustzijn. Maar anders maakt experimenteren, dingen uitproberen, op onderzoek uitgaan enzovoorts, gewoon deel uit van het leven. We doen er daarom goed aan om het maken van fouten van anderen te accepteren als iets wat er gewoon bij hoort.
Wanneer de één van de ander ultieme perfectie eist, komt dit niet ten goede van het groeiproces. Zo moet een kind bijvoorbeeld leren dat het stelen van een snoepje of het kapot maken van iemands speelgoed de eigenaar ervan verdrietig maakt. Volwassenen doen er in zulke situaties goed aan om sturend op te treden en ruimte te creëren voor het ontwikkelen van schuldbewustzijn. Het tonen van berouw zou volgens mijn visie in zulke gevallen moeten worden beloond. Het toegeven van mislukte experimenten wakkert ons inlevingsvermogen aan en het versterkt ons zelfvertrouwen om iets volgende keer op een andere manier aan te pakken. Wanneer we echter in verhouding met het vergrijp te zwaar worden gestraft of wanneer er geen ruimte is om “sorry” te zeggen, kan de schuldige de boodschap krijgen dat het niet fout doet maar fout is. Volledige perfectie verwachten is echter niet realistisch.

Berouw dat niet kan worden gedeeld, omdat bijvoorbeeld de ander simpelweg geen boodschap heeft aan jouw gebrekkige manier van zijn, kan het schaamtegevoel vergroten. Overmatig zelfkritiek kan de basis zijn voor het ontstaan van de perfectionist. Fouten tonen immers je gebrekkigheid aan en vergroot het risico om als waardeloos te worden weggezet.
Ooit gemaakte fouten, of de angst deze te begaan, kunnen je eigenheid op slot zetten en het vrijelijk experimenteren uitbannen. De bewegingsvrijheid kan dusdanig worden ingeperkt dat alleen de meest bekende en gangbare paden worden betreden. Of een andere mogelijkheid: de schaamte kan zich via zonderling gedrag een weg naar buiten banen. Uit schuldbewustzijn kan iemand zich bijvoorbeeld sociaal afzonderen of zich onnatuurlijk (houterig, krampachtig) gaan bewegen.

Echter: door waarde en geloof te hechten aan ieders uitzonderlijke bijzonderheid kan iedere zondebok het gevoel van schuld transformeren en de schaamte te boven komen.

 

Praktijk voor astrologie