Eris: de verdediging

Eris

Transformatie van het lijden is een gemeenschappelijk thema van de Plutoïden. Er zijn verschillende oorzaken die het lijden in stand kunnen houden. Eris gaat over eerlijk zijn en het verdedigen van wijsheid. Zij wijst ons op het belang van oprecht zijn.

Eris gaat over het wantrouwen van de velen overtuigingen en waarheidsbevindingen van het zelf. Eris gaat over frustratie en boosheid dat voortkomt uit de ontkenning, afwijzing en het negatieve oordeel van het ego met betrekking tot inzicht en waarheidsbeleving.

Hieronder vijf artikelen met wijsheden van Eris.

 

1: Leef je eigen waarheid

Diep in jezelf zit een innerlijk weten. Maar mogelijk oordeel je: “mijn waarheid is niet goed genoeg, het kan niet kloppen, het is niet waar.” Je kunt twijfelen aan je eigen voorstellingsvermogen, twijfelen aan je eigen gevoel en inzicht. Maar waarom je waarheid verloochenen? Waarom niet vertrouwen op je eigen oordeel? Misschien ben je bang bent dat anderen jouw waarheid niet geloven? Of misschien denk je dat jouw waarheid een leugen is? Wanneer je echter niet gelooft in je eigen waarheid, dan leef je in een leugen. En leven in een leugen, is hetzelfde als leven in onvrijheid. Wanneer je de wijsheid in jezelf ontkent, of in het ergste geval aanvalt, dan bestaat de kans dat jij jezelf vergiftigt.
Let wel: ik heb het hier niet over de stem van het ego. Ook deze heeft een waarheid. Er zullen mensen zijn die misschien oprecht denken hun waarheid te leven, terwijl ze deze eigenlijk niet horen. De stem van het ego klinkt soms harder dan de zachte stem in het diepe binnenste van ons wezen.
Eris, de godin van twist en tweestrijd, leefde haar leven vanuit haar innerlijke waarheid. Haar weigering om in een leugen te leven veroorzaakte volgens de verhalen, de nodige opschudding. In hoeverre durven wij opschudding te veroorzaken in ons leven? In hoeverre durven wij onze overtuigingen zin te geven?
De dwergplaneet Eris schommelde in 1924 het teken Ram binnen en daar staat ze nog wel even. Het lijkt erop dat de tekenachtergrond van het moment van ontdekking, een belangrijk component is met betrekking tot de betekenis. Het geeft als het ware de drijfveer mee, een impuls dat aanzet tot handelen.
In de Griekse mythologie is Ares (Mars) de broer van Eris. Eris werd gezien als de aanstichtster van menig tweestrijd. Zij was een onruststoker, een ruziezoeker. Dat Eris ten tijde van haar ontdekking dus in het teken Ram staat, het teken waar ook Mars zich thuis voelt, voelt eigenlijk wel als logisch. Hoewel Eris het zusje is van Mars kunnen we haar echter niet met hem vereenzelvigen. Haar energie is van een hogere orde. Waar Mars vooral luistert naar de stem van het ego, luistert Eris naar de stem in haar binnenste. Aangedreven door de energie van Ram stevent ze via de energie van Leeuw richting Boogschutter, om uiteindelijk in dit teken, haar waarheid zin te geven!


2: De filosofie van boosheid

Het meest schrik ik van mensen die plotseling héél boos worden, buitenproportioneel boos. Hoewel ik boosheid mogelijk best kan plaatsen, schrik ik van de heftigheid waarmee deze emotie in wereld kan worden gezet. Boosheid kan mij overdonderen en zelfs omverwerpen. Het komt ogenschijnlijk uit het niets. Ineens is het daar zonder waarschuwing vooraf. Het raakt me en het brengt me uit mijn evenwicht geheel volgens de bedoeling van de kwade persoon.
Hoewel je het best zo kunt ervaren, komt boosheid echter nooit zomaar en is het er ook nooit zomaar ineens. Er gaat altijd een ervaring aan vooraf en is altijd een reactie – hoewel je het misschien liever niet altijd wilt horen- op jouw manier van doen en laten. Hoe onterecht of onrechtvaardig omverwerping ook kan aanvoelen, actie leidt nu eenmaal tot een reactie.

Liefde en boosheid zijn met elkaar verwant. Je hebt vast wel eens de uitspraak gehoord: ‘alles draait om liefde’. Als alles in het leven om liefde draait dan moet dit dus ook het geval zijn met boosheid. Dit klopt! Wanneer je goed kijkt naar situaties waarbij boosheid in jouw leven een rol speelde, kun je constateren dat deze emotie altijd werd geuit door een persoon (of meerdere personen) die in de veronderstelling was dat hij of zij tekort werd gedaan. Er werd hem of haar iets onthouden. En dit iets kunnen we vertalen naar liefde. Hoewel dit diepzinnig kan klinken wanneer het bijvoorbeeld de buurvrouw betreft, is deze uitspraak waar. Boosheid ontstaat wanneer de ander het idee heeft dat jij hem of haar afwijst. Dus: wanneer de ander denkt dat jij niet om hem of haar geeft. Dit is het geval met de boze werknemer, de boze buurvrouw, de boze vriendin, het boze kind, de boze ongelovige, de boze gelovige en al die anderen die boos zijn. Allen denken (al dan niet bewust): “Jij houdt niet van mij en daarom moet jij ‘om’!” Boosheid schreeuwt deze waarheid uit en dat is de reden waarom kinderen driftbuien hebben, waarom moeders soms boos zijn op hun puberzonen en dochters, waarom geweldplegers moorden plegen, waarom moordenaars worden opgesloten, waarom IS aanslagen pleegt, waarom Jezus werd vermoord en waarom Eris in de mythe gooide met een appel. Allen reageren (of reageerden) omdat ze het idee hebben dat er niet van hem/haar gehouden wordt. Daarbij is het zo: hoe groter de verontwaardiging en het idee van tekortkoming, hoe vernietigender iemands boze reactie kan zijn.

Wanneer iemand boos is op jou komt dat omdat de ander (al dan niet terecht) concludeert: “jij toont mij geen liefde”. In de ogen van de ander heb je fout gehandeld door iets wel of niet te zeggen, iets wel of niet te doen of door wel of niet ergens iets van te vinden. Want ook het ergens niet mee eens zijn, kan worden vertaald in: “Jij bent het niet met mij eens, dus jij gelooft mij niet en omdat jij het niet met mij eens bent, hou je niet van mij”.
Het niet krijgen van liefde wekt bij de ander woede op. Dit wijst erop dat we alleen boos worden op hen waarvan we liefde verlangen, mensen die we dus ergens diep van binnen eren (achten). Daarbij wordt liefde gezien als iets waar we recht op hebben. Boosheid begint dus eigenlijk met de gedachte: ik wil liefde (want daar heb ik recht op).
Vanuit biologisch oogpunt verhoogt liefde de overlevingskansen. De vraag die de leider van ons persoonlijk besturingssysteem (ons beschermingsmechanisme) zichzelf stelt is dan ook: “ben ik geliefd?” We zullen immers niet zo snel door een externe partij worden aangevallen wanneer we geliefd zijn. Wanneer de vraag “ben ik geliefd?” echter met ‘nee’ wordt beantwoord en de behoefte dus niet samenvalt met de ervaring van de werkelijkheid, kan onze geest (= onze innerlijke bestuurder/aanvoerder) besluiten hierop te reageren met het in de wereld sturen van een emotie. Zo kan woede als verdedigingsstrategie worden ingezet met het doel het ‘kwaad’ af te wenden, om dezelfde reden waarom men soms kogels hanteert om een vijand te verslaan.

Hoe we uiteindelijk op ervaringen reageren, hangt af van de ‘geschooldheid’ van onze innerlijke aanvoerder (onze geest). Hoe meer kennis onze geest bevat hoe meer hij weet en begrijpt over het leven en dus over de liefde. Een geest met een verhoogd bewustzijn weet bijvoorbeeld dat het doel om te vernietigen niet automatisch hoeft te worden ingezet. Deze weet dat wij bewust kunnen kiezen voor een liefdevolle reactie. Anders gezegd: een actie hoeft geen automatische onbewuste destructieve reactie op te leveren. Een en ander is echter afhankelijk van de mate van bewustzijn.

In een rap tempo ontwikkelt de wereld zich naar een hogere orde. Willen wij meegaan in de evolutie dan kunnen wij ons niet meer vasthouden aan de veroordelende programmering van ons verouderde besturingssysteem. Misschien werkt het voor dieren maar voor de zelfbewuste mens vormt het instinct tot zelfbehoud een belemmering voor de vrede. Ja, de natuur is gericht op overleving. Ja, de natuur dient in stand te blijven en niet te worden vernietigd, maar om als mens te kunnen groeien hebben wij echter een nieuwe kijk op de werkelijkheid nodig. De automatische (emotionele) manier van reageren op de buitenwereld met betrekking tot wel of geen liefdevolle benaderingen, kan ons niet verder brengen. Het klopt niet om de ander die ons recht op liefde niet wil of kan honoreren met kracht omver te werpen met boosheid. We moeten ons afvragen in hoeverre onze reacties met de werkelijkheid stroken?
Hoe beter wij onszelf kennen, hoe zuiverder onze presentatie en expressie van onszelf kan zijn. Boosheid kan omwille van de liefde, liefde juist vernietigen. Eris daagt ons uit om dat te herinneren.


3: De valse overtuiging

Op dieper niveau kan Eris te maken hebben met een hardnekkige valse overtuiging, waardoor we een ‘onnodige’ strijd kunnen voeren om deze valse overtuiging uit te schakelen of de kop in te drukken. We willen de wereld het tegendeel bewijzen, tonen dat het niet waar is wat er over jou (of over de gemeenschap waartoe je behoort) wordt gezegd of gedacht. Wanneer we echter de valse overtuiging onder ogen komen en inzien dat deze vals is, kunnen we gemakkelijk deze strijd opgeven (transformeren). We hoeven immers niemand te overtuigen van onwaarheden die zich als parasieten in onze eigen hoofden hebben genesteld. We hoeven alleen maar onszelf te overtuigen van het onrecht dat wij zelf in stand houden, door valse overtuigingen in onze geest te bewaren.


4. Tolerantie

(uit de serie: emotionele betrokkenheid)

Er wordt wel eens de indruk gewekt dat emoties ondergeschikt zijn aan het algemeen  belang. Maar is dit terecht? Moet je een zakelijke, nuchtere opstelling altijd prefereren, boven het gevoel? Doe je er bijvoorbeeld goed aan om het gevoel van frustratie, onrecht, gekwetstheid, verdriet of wat dan ook weg te cijferen omdat het tonen van emotie de indruk zou kunnen wekken dat je het één en ander veel te persoonlijk aantrekt? In een tolerante samenleving behoren we immers alles in een breed verband te zien en niet teveel te piekeren over onze eigen persoonlijke gevoelens. Niet te snel op onze teentjes getrapt zijn bijvoorbeeld. In een tolerante samenleving hoor je een ander veel vrijheid te gunnen, veel zaken van een onschuldige kant te bezien, ook al wordt er niet altijd rekening met jouw persoonlijke gevoelens gehouden (tenzij er geweld bij komt kijken)…toch?

De mentaliteit: niet zo moeilijk doen en alles moet kunnen, zit als motto stevig ingebakken in onze samenleving. Je eigen gevoel van waarheid op de voorgrond plaatsen, zou mogelijk de indruk kunnen wekken dat je egoïstisch bent. Overkomen als zijnde ruimdenkend, meegaand en tolerant heeft vanuit dat oogpunt bezien de voorkeur. Daarbij loop je het risico het verwijt te krijgen, lastig of moeilijk te zijn als je zeurt over je eigen gevoel (iets dat vervolgens weer het gevoel van waardeloosheid versterkt). Dus om die reden houden we misschien liever onze mond. Tenslotte gaat het om het grote geheel, waarin jij als individu maar een klein radertje bent. En ook al heb je een belangrijke functie, uiteindelijk ben jij van ondergeschikt belang… Toch?

Op Wikipedia staat te lezen over egoïsme, dat een persoon meer aan zijn eigen bevrediging denkt dan aan de bevrediging van anderen en dit over het algemeen als een negatieve eigenschap wordt gezien. Egoïsme komt dus voort uit een gebrek aan emotionele betrokkenheid.
Maar betekent dit dan, dat wij uit tolerantie maar moeten zwijgen, wanneer een ander geen begrip, respect en inlevingsvermogen toont? Is het altijd beter om een ander alle ruimte te gunnen en toe te staan om als een olifant in een porseleinkast zijn/haar gang te gaan? Zijn wij eigenlijk zelf wel echt betrokken wanneer we de ander wat teveel de ruimte geven om de liefde stuk te maken? Of zijn wij in sommige gevallen misschien wat te gemakzuchtig en steken we onze kop in het zand? Moeten we het motto: ‘moet kunnen’, niet eens ter discussie stellen? Het kan soms verleidelijk zijn om juist vanwege gebrek aan betrokkenheid en oprechte belangstelling, je geheel af te sluiten.  Om de deur naar je gevoel dicht te gooien en zelf ook een beetje harder te worden. Het doet immers zeer wanneer je om je heen een hoop flauwekul en ongeïnteresseerdheid bespeurt en het kost moeite om daar tegenin te gaan. Ook al voel je je nog zo gekwetst en afgewezen. Wanneer een ander geen moeite doet om jou te begrijpen en wanneer er niet vanuit oprechte belangstelling en met wederzijds respect geïnvesteerd wordt in liefde, mag je dan niet uit zelfrespect je gevoel van gekwetstheid verwoorden? Waarom tolerantie tonen tegenover niet tolerante  (liefdeloze) handelingen?


5: Geduld is een schone zaak

*Over de drang om de ander of de situatie naar je hand te zetten (te duwen).
Geduld is o.a. een thema van Eris, maar in feite geldt het thema in het kader van het gemeenschappelijk verlangen naar rust, ruimte en vrede voor alle Plutoïden. 

Een van de lastigste dingen vind ik het bewaren van geduld. Dat de zon in mijn horoscoop conjunct Uranus staat, speelt vast een rol, maar ik vind dit eigenlijk geen excuus, een vrijbrief om ongeduldig te zijn. Dat ongeduldig zijn niet alleen invloed heeft op mijn eigen gemoedstoestand maar ook op die van anderen verdient zeker geen schoonheidsprijs. Soms voel ik de druk om iets zo snel mogelijk af te maken of om zo snel mogelijk tot een oplossing van een probleem te komen zonder dat dit ergens goed voor is (behalve dan dat ik er zo snel mogelijk klaar mee wil zijn). Problemen zijn in mijn ogen al snel obstakels die liever vandaag dan morgen uit de weg moeten worden geruimd (anders blijf ik er maar mee rondlopen en dat kost ten slotte veel energie). Maar ja, wie zegt dat mijn tempo de maatstaf is?
Het spreekwoord ‘haastige spoed is zelden goed’ is onlosmakelijk verbonden met het andere: ‘geduld is een schone zaak’. In een eerder artikel over Huya (‘haastige spoed is zelden goed’) had ik het echter over de omstandigheden die je het gevoel kunnen geven dat je in een bepaalde richting opgeduwd wordt. Zo kun je in een stroomversnelling van activiteiten belanden (je bent dan zelf als het ware opgejaagd wild). Hier wil ik wijzen op de drang om zelf de jager te zijn en dus degene die de omstandigheden een bepaalde richting op wil duwen. Het verschil zit hem hier dus in het duwen of geduwd worden.
Tijdens een moment van ongeduld is de wil om de ander of de situatie naar je hand te zetten (aan te sturen) groot. Wanneer dingen niet (snel genoeg) gaan zoals jij wilt, wordt het geduld op de proef gesteld. De beste oplossing in zo’n situatie is meestal niets doen en rustig afwachten tot de tijd rijp is voor een doorbraak, maar jeetje wat kan dat moeilijk zijn! Wat kunnen processen traag op gang komen en wat kunnen mensen langzaam zijn in het verrichten van handelingen waardoor ik lang moet wachten! Haha… ik hoor het mezelf al zeggen, vooral die laatste woorden: “waardoor ik lang moet wachten.”
Wachten is één van de lastigste dingen om onder de knie te krijgen. Wachten op het juiste moment, wachten op de ander, wachten op de oplossing van een probleem. Soms denk ik het allemaal heel goed te weten en dan is het extra vervelend wanneer anderen niet zo snel zijn van begrip. Vooral op die momenten wanneer ik de oplossing zo op een presenteerblaadje voor me zie en er niet naar gehandeld wordt. In zo’n geval roept een gefrustreerde stem in mij: “hallo, wakker worden!” Wat ook mee kan spelen is het gevoel dat de ander geen vertrouwen of boodschap heeft aan mijn oordeel. In zo’n geval word je genegeerd, hoe frustrerend!
Het thema strijdvaardigheid (duwen en terugduwen) hoort bij het thema van Eris. Hoeveel geduld moest zij in de mythe over de gouden appel wel niet opbrengen (de oorlog van Troje duurde tien jaar) voordat het punt dat zij wilde maken begrepen kon worden? !
Een ware strijder bepaalt in alle rust zijn strategie en bewaart te allen tijde zijn kalmte. De emoties vliegen hem/haar niet naar de keel, hij/zij ziet het onrecht, maar laat zich niet afleiden en verleiden tot ongeduldige uitbarstingen. Een echte spirituele strijder opereert vanuit de basishouding rust en ruimte, zo ook de godin van twist en tweestrijd, Eris.
Alleen goede bestuurders, opvoeders, leerkrachten, managers en alle andere leiders zijn in staat hun ego opzij te zetten en geduldig te wachten totdat de ander de boodschap, de kennis, het advies of wijze raad kan ontvangen (er klaar voor is). Je kunt proberen iets in een bepaalde richting te duwen, maar dit hoort wel met een zachte hand te gebeuren. En ja soms duurt het wachten heel lang… maar ik ben ervan overtuigd dat geduld op lange termijn uiteindelijk meer oplevert en beter is voor de algehele gezondheid.

Praktijk voor astrologie