Huya: de overgave

Huya

Transformatie van het lijden is een gemeenschappelijk thema van de Plutoïden (zie ook inleidende tekst over de Plutoïden). Er zijn verschillende oorzaken die het lijden in stand kunnen houden. Huya gaat over het keurslijf waar we ons in kunnen bevinden en wijst op het belang van loslaten.

Huya gaat over het wantrouwen van de onbegrensde vrijheid die wij bezitten (het wantrouwen in het altijd in beweging zijnde, richtingloze, vormloze zelf). Huya gaat over een gevoel van controle en dwang voortkomend uit een oordeelvellend en veeleisend ego dat vrijheid afwijst (vanuit de behoefte het natuurlijke vast te omlijnen).

Hieronder drie artikelen over dit thema:

1: Weerzin

Weerzin tegen de ervaring waar je een negatief oordeel over hebt,  negatieve denkbeelden over koestert of negatieve gevoelens over hebt. Zo voel ik bijvoorbeeld weerzin met betrekking tot de naderende winterperiode. Het maakt me iedere winter weer wat triest en somber. Ik wil die kou niet voelen, die herfststorm die buiten woedt niet horen, de grauwe en grijze lucht niet zien, die motregen op mijn huid niet ervaren. Toch word ik er ieder jaar weer toe gedwongen om de winterervaring in te gaan. Weerzin of niet, ik kom er niet onderuit want het wordt toch echt gewoon, net als ieder jaar weer winter.

Echter, ik besef mij dat het niet de winter zelf is die mij somber maakt, maar het vasthouden aan de weerzin (het negatieve beeld). Die vasthoudendheid veroorzaakt dat ik de ervaring  niet onbevangen tegemoet kan treden. Ik hoef enkel de negatieve betekenis die ik aan de winter heb gegeven los te laten en de weerzin op te geven om ruimte te kunnen maken voor verwondering. De ervaring kan dan opnieuw en dus ook anders worden beleefd.


2. Haastige spoed is zelden goed

Wat is het toch dat mij drijft, dat mij dwingt om zo te jagen? Waarom is het soms zo moeilijk om geduldig te wachten totdat de tijd rijp is voor actie? Wanneer ik mijlenver verwijderd ben van rust, vrede en geduld dan heet dat stress.

Stress is iets waar we volgens mij allemaal wel eens mee te maken hebben. Onze cultuur drijft namelijk aan tot stress en we moeten van goeden huize komen willen we daar niet door worden beïnvloed. Hoe groter de maatschappelijke veeleisendheid, hoe groter de kans op stress. En zelfs als we onder allerlei eisen vandaan proberen te komen, blijft de kans op stress aanwezig. Het kost namelijk veel energie wanneer je besluit om tegen de stroom van de eisen in te zwemmen, omdat je niet wil of kan voldoen aan de verwachtingen. Daarbij gaan alle ontwikkelingen om ons heen vandaag de dag zo ontzettend snel dat ik het persoonlijk niet allemaal meer kan bijbenen. Mijn handen, voeten, ogen en oren schieten letterrijk te kort wanneer ik me laat meevoeren met de snelheid waarmee alles zich ontwikkeld. Herman van Veen schreef ooit een vrolijk liedje over dit onderwerp: “Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats, we hebben ongelofelijke haast…” Een grappig liedje dat goed de energie van deze tijd (in het teken Waterman) verwoord.
Stress gaat gepaard met onmacht, je wilt wel maar het lukt niet, je probeert wel maar komt nooit bij het eindpunt. Hoe dwingender de eisen en verplichtingen er (van bovenaf) worden opgelegd (of in mening worden uitgedragen), hoe groter de druk die ik ervaar. De druk om in de pas te blijven lopen of de drang om je er juist tegen te verzetten (de keus tussen vluchten of vechten).
Onze maatschappij staat bol van al dan niet uitgesproken overtuigingen waar niet iedereen aan kan voldoen. Hij of zij die dat niet kan, schiet dus eigenlijk tekort en dat gevoel schudt niet iedereen gemakkelijk van zich af.
Wanneer de overtuigingen veranderen hoeft de stress overigens niet te verminderen. Neem als voorbeeld het thema van de werkende vrouw. Vrouwen werden vroeger geacht thuis te blijven en voor het huishouden, hun echtgenoot en de kinderen te zorgen (ook al wilde zij misschien graag een betaalde baan). Het niet mogen werken en het gedwongen worden om te moeten voldoen aan de rol van perfecte huisvrouw kon stressvol zijn. Tegenwoordig mogen vrouwen gelukkig blijven werken, sterker nog: ze worden geacht te blijven werken en hun onafhankelijkheid te bewaren (ook al wil ze misschien liever thuis bij haar kinderen blijven. Werk in combinatie met het gezinsleven kan voor velen stressvol zijn). Het punt is dat niet iedereen in het plaatje van de maatschappelijke overtuiging past. De cultuur kan nooit voor het grote geheel bepalen wat voor iedereen het juiste is. Overigens is de cultuur net als wijzelf in ontwikkeling. Het bevindt zich in een groeiproces en stelt zich daardoor bloot aan veranderingen. Momenteel lijkt dit proces in een stroomversnelling te zijn geraakt. Of wij het leuk vinden of niet, we worden erin meegezogen.
Een belangrijke leefregel met betrekking tot het thema stress is: Vind je eigen overtuigingen en vaar je eigen koers, echter: zonder je te haasten. Wanneer wij namelijk onnadenkend de overtuigingen van de cultuur volgen, ontmantelen wij onze kracht. Gelijkertijd kan het varen van de eigen koers en het volgen van je eigen stroom (lees: hart) een intensieve bezigheid zijn. Bouw daarom rustmomenten in (zet de kraan af en toe even dicht) en rust uit. Heb geduld, wees vreedzaam, want haastige spoed is zelden goed. Een goede zwemmer moet af en toe even uitrusten, een boterham eten voordat hij zijn tocht weer voortzet. De energiestroom die ontspringt uit het hart heeft een grote snelheid en wanneer je je daarmee in verbinding stelt, is het alsof je in een hogesnelheidstrein stapt. Het gevaar bestaat dat wanneer je je laat meeslepen je met een te hoge snelheid uit de bocht vliegt.
Behalve uitrusten geeft het inlassen van pauzes je de gelegenheid om jezelf af te vragen of je nog wel op de juiste stroom zit? Soms blijkt namelijk dat je een andere weg in moet slaan (de route moet aanpassen). En soms is er voor een bepaalde actie gewoon nog niet het juiste moment en is het beter om nog even te wachten voordat je ergens bovenop springt.
Het doel van de zwemmer is overigens niet het bereiken van de overkant, maar het zwemmen zelf is het doel. Want eenmaal daar aangekomen zal de reis zich spoedig weer vervolgen. De overkant is slechts een tussenstop, een evaluatiepunt, een rustmoment binnen het groeiproces.
De Plutoïde die verbonden is met het thema stress is Huya. De boodschap van Huya is: Ware vrijheid betekend: voortdurend loslaten. Of met andere woorden: een gevoel van ongedwongenheid gaat gepaard met terugtrekken, een pas op de plaats maken, jezelf de gelegenheid geven om tot jezelf te komen. Altijd maar doorgaan of je krampachtig vasthouden aan de stroom van gedachtes of bezigheden is niet bevorderlijk voor de gezondheid. Huya zegt ook: Ik ben vrij en toch verbonden met (de stroom) van het leven. Ik blijf nooit lang, ik kom en ik ga.
Huya stond ten tijde van zijn ontdekking in het teken Weegschaal, het teken dat gaat over balans. De balans tussen geven en nemen, tussen actie en actieloosheid, tussen gas geven en remmen. Huya’s ontdekking in het teken Weegschaal wijst ons onder andere op het belang van evenwicht (tussen vreedzame rust en actie, tussen mijn belang en die van een ander). Ontwikkelingen in het aardse groeiproces hebben ervoor gezorgd dat grenzen vervagen en onderlinge energieën in elkaar overvloeien. Meer dan ooit worden we door elkaars culturen (gedachtegoed) beïnvloed. De ontwikkelingen gaan snel en wetenschappelijke ontdekkingen volgen elkaar op. We worden meegesleurd in de vaart en intensiteit van de gebeurtenissen (Huya staat momenteel in Schorpioen) en er lijkt geen weg meer terug. Het gevaar bestaat echter dat wij hierdoor onszelf verliezen of vergeten adem te halen. We moeten daarom realiseren dat wij altijd keuzes kunnen maken en ons terug kunnen trekken uit het wereldse tumult. We hoeven bijvoorbeeld niet 24 uur per dag op internet, met hoge snelheid op de snelweg, of via facebook op de hoogte te blijven van de vakantieverhalen van de buren. Het is gewoon onmogelijk om in deze tijd van snelle actie en overdaad aan informatie alles bij te benen zonder gestrest te raken.


3: Loyaliteit (en thema onthechting)

(uit de serie: emotionele betrokkenheid)

Net als de meeste mensen heb ik behoefte aan aandacht en genegenheid. Ik voel mij niet graag in de kou gezet door degene van wie ik zorgzaamheid en betrokkenheid verwacht. Maar wat nu als de ander mij negeert? Is het dan wijzer om het verlangen aan emotionele binding de rug toe te keren? Als ik van de persoon van wie ik belangstelling (liefde en genegenheid) verlang niet krijg waar ik op hoop, doe ik er dan goed aan om die persoon links te laten liggen? Of laat ik mij in een dergelijk geval dan leiden door het gezegde: oog om oog, tand om tand? Liever breng ik de ander tot inzicht en creëer ik de mogelijkheid tot verandering, maar hoe doe ik dat? Wat is wijsheid? Dit is een puzzel waar ik niet zomaar uitkom en ik vraag me af: wat zou een wijze meester hierover zeggen?

Confusius is zo’n leraar. Hij kwam uit het oude China en zijn gulden regel was: Behandel anderen nooit op een manier waarop je zelf niet behandeld wilt worden. Karen Armstrong schrijft over de leer van Confucius in haar boek (in naam van god, religie en geweld) dat een rechtvaardig persoon (Junzi = edelmoedig mens) in zijn hart moest kijken en ontdekken wat hem pijn deed en vervolgens in alle omstandigheden weigeren iemand anders pijn te doen.
Ik vraag me hierbij wel af: Hoever ga je in je loyaliteit als een ander jou met een gebrek aan genegenheid tegemoet blijft treden?
Confucius was van mening dat je altijd respect moest hebben voor je meerdere, maar dat deze nooit zijn positie mocht misbruiken. Maar wat nu als dit laatste wel gebeurt? Wat doe je als iemand die zich in een machtspositie bevindt niet loyaal is?

Veel mensen koesteren een diep gewortelde wens in belangstelling te staan bij een specifiek persoon, maar raken teleurgesteld wanneer (telkens opnieuw) blijkt dat de ander van wie ze genegenheid verlangen hen niet ziet. Wanneer de liefde onbeantwoord blijft, kan er een blijvend gemis van leegte ontstaan, iets dat we maar moeilijk van ons kunnen afschudden. In plaats van zelfstandig, vrij en vervuld zijn we in zo´n geval afhankelijk en onvrij. Uit ‘hongersnood’ kunnen we ongemerkt veranderen in bedelaars die niet bedelen om geld maar om aandacht, zorg en liefde.
Het verlangen naar zorgzaamheid zomaar even loslaten, kan heel lastig zijn en soms zelfs onmogelijk. Zo zal bijvoorbeeld een kind dat wordt verwaarloosd niet gemakkelijk zijn eigen ouders de rug toekeren. Om dezelfde reden kan het voor een werknemer, die uit verantwoordelijkheid voor zijn gezin het hoofd boven water moet houden, lastig zijn om het inkomen op te geven, ook al zijn de werkomstandigheden slecht.
Wanneer de ander die in een bepaalde rol en machtspositie verkeert niet die rijk gevulde emotionele voedingsbodem blijkt te bezitten, iets waar jij op rekent, kan dit je angst en gevoel van instabiliteit vergroten. De mate van afhankelijkheid en machtsverhouding is bepalend hoezeer iemand gebukt kan gaan onder een blokkade van emotionele uitwisseling van energie. Je moet in dat geval vertrouwen en bouwen op iemands genegenheid, terwijl de bron waar je uit wilt putten niet betrouwbaar is.

Ook het confucianisme had over dit probleem nagedacht. Zo staat er op Wikipedia te lezen: “Volgens het confucianisme heeft een rechtvaardig persoon het recht om te rebelleren tegen onrechtvaardige heersers, omdat die op dat moment hun plichten niet nakomen en dus de onderlinge relatie niet wederkerig is.”
Misschien tegenstrijdig, maar tegelijkertijd vond Confusius respect en ontzag voor ouders en meerdere belangrijk en was hij van mening dat we anderen nooit op een manier moeten behandelen waarop je zelf niet behandeld wilt worden. Dus aandacht afdwingen door bijvoorbeeld geweld te gebruiken, zal Confusius waarschijnlijk niet zo wijs hebben gevonden. Maar wat dan wel?
Misschien is het een idee om in het geval van onrechtvaardigheid te rebelleren door ons te onthechten van het onderwerp van ons verlangen en de behoefte aan diens genegenheid de rug toe te keren? Dit dan wel op een manier die niet neigt naar het oog om oog en tand om tand principe. We zouden ons daarom misschien ontvankelijk en toegeeflijk kunnen opstellen, terwijl we ondertussen op zoek gaan naar anderen aan wie we ons kunnen hechten?
Ik heb het hier echter niet over vluchten. Wanneer het verlangen naar emotionele binding met een betreffende persoon niet lukt, kunnen we (vanuit een gevoel van leegte) tijdens onze zoektocht naar een vervangende emotionele voedingsbron onze afhankelijkheid in stand houden, door verslaafd te raken aan zoiets als genotsmiddelen. Ook dat kan een manier zijn om met kille harteloosheid om te gaan. Uit behoefte aan liefde en genegenheid kunnen we ons aan iets of iemand anders vast gaan klampen. Echter, het vinden van een surrogaat ‘dorstlesser’ is niet de oplossing. Daarbij is het zo, dat al krijg je nog zoveel liefde en aandacht van een ander, de behoefte aan verbinding met juist die ene persoon (die dus tekortschiet) kan blijven doorsudderen (ook al weet je verstandelijk dat de relatie uitzichtloos is).

Energie draagt net als water de impuls van de beweging in zich. Waar vrije energie zich voortdurend voortbeweegt en transformeert tussen schepping, vernietiging, oplossing en wederopstanding, gooit stilstaande energie de rem op de natuurlijke kringloop van het leven. Het vertraagt processen, bemoeilijkt de uitwisseling van contact en het houdt vernieuwing tegen. Stilstaande energie verspreidt zich niet en is als stilstaand water in een gesloten fles. Met een dichte dop op de fles blijven de glazen leeg.
Het gevoel als een lege beker te zijn, creëert een gevoel van machteloosheid. Je verlangt naar vervulling maar je hebt geen macht over het levensgevende water in de dichte fles. Als een kind voor een dichte snoeppot, mag je de zoetigheid niet aanraken en er alleen vol hoop en verwachting naar kijken.

Wanneer wij iemand positieve aandacht geven en met positieve emoties tegemoet treden, dan laden wij deze persoon met positieve energie. Wanneer wij echter negatieve emoties uitzenden of emotionele betrokkenheid afwijzen (dus geen emotionele aandacht geven), kan de ander dit als afwijzing of zelfs verstoting ervaren. Wanneer je je in zo’n situatie bevindt en je de pijn van de afwijzing wilt doorbreken, zit er volgens mij niets anders op dan je verlangens los te laten. Vroeg of laat zul je tot het besef moeten komen dat je kunt wachten tot je een ons weegt. Wanneer iemand namelijk niet in staat is iets van zichzelf te schenken, moet je je bij de situatie neerleggen. Langdurig en hard trekken aan een gesloten deur is een zinloze strijd. Hoe graag je het ook wilt de liefde zal naar verwachting onbeantwoord blijven. Tenzij de persoon in kwestie een draai van 180 graden maakt, iets wat niet onmogelijk is maar je kunt er niet op gaan wachten.

Ophouden met trekken aan een gesloten deur hoeft in mijn ogen niet te betekenen dat je de ander helemaal de rug moet toekeren. De relatie zou misschien vanuit een gevoel van belangeloosheid en zonder te hechten aan de uitkomst kunnen voortbestaan. Je kunt best respectvol zijn en gericht op iemands welzijn zonder hier iets voor terug te verlangen.
Hoe pijnlijk het misschien ook is: een onafhankelijk en ‘edelmoedig’ persoon zal liever het uitzicht verkiezen boven het uitzichtloze. Wanneer de ander jou dus geen warm hart toedraagt, doe je er goed aan (hoe moeilijk dit misschien ook is) om uit zelfrespect geen waarde te hechten aan genegenheid die er niet is. Iets wat er niet is, heeft immers geen waarde. Waarom dan langdurig een hoge prijs betalen en vasthouden aan iets dat geen waarde heeft?

*Het bovenstaande thema zouden we kunnen verbinden met de boodschap en betekenis van Huya. Hij gaat over het keurslijf waar we ons in kunnen bevinden en wijst op het belang van loslaten.

 

 

Praktijk voor astrologie