Winter, tijd om herinneringen op te halen

In de winterperiode speelt ons leven over het algemeen binnen af. Onze blikken zijn meer naar binnen gekeerd en we worden meer op onszelf teruggeworpen. De winterperiode is ook een periode waarin we meer geconfronteerd kunnen worden met onszelf. De huidige stand van zaken met betrekking tot onze relaties en/of ons functioneren in de wereld heeft meer onze aandacht. Gevoelens van eenzaamheid en begrenzing kunnen meer  op de voorgrond raken. 

Het naar binnen keren is iets wat mij niet vreemd is. De afgelopen jaren heb ik deze binnenwereld steeds bewust opgezocht. Volgens mij is dat uiteindelijk ook de enige manier om te vinden wat er gevonden wil worden. Ik heb een reis gemaakt, tenminste zo voelt het voor mij. Een reis die begon in 2010 toen ik begon aan het boek over de Plutoïden. Eigenlijk begon mijn reis door de tijd al veel eerder, namelijk in 1970 in het jaar van mijn geboorte.                      Nietsvermoedend ging ik het avontuur tegemoet, steeds dieper, steeds verder. De astrologie, waaronder mijn eigen horoscoop was als een landkaart. Zo fijn dat ik die kaart in handen kreeg!

Vanmorgen bedacht ik mij: eigenlijk zijn wij allemaal een soort astronauten. We landen met een ruimtevoertuig op een verre planeet, terwijl we deze vanaf een verre afstand gadeslaan. Een veilige landing is van cruciaal belang voor de overleving van de astronaut en ook voor goede voortgang van diens missie (bijvoorbeeld: het onderzoeken van de planeet). Er kunnen zomaar allerlei dingen verkeerd gaan tijdens de landing. Zo kan het ruimtevoertuig ondanks zijn boordcomputer en vernuftige bouw kapot gaan. Met allerlei technische hoogstandjes kunnen we van een afstand en de zijlijn proberen om de landing in goede banen te leiden, maar er bestaat een gedegen kans dat we het contact met het ruimtevoertuig en dus ook met de astronaut verliezen. In dat geval komt het aan op de behendigheid van de astronaut en of hij of zij de boel weer aan de praat krijgt en de verbinding met het ‘thuisfront’ kan herstellen. Zo niet dan verliest de astronaut gemakkelijk de verbinding met zijn begeleiders en helpers op de achtergond en dus ook met zijn/haar missie. ”

Dit jaar wil ik graag afsluiten met een tekst over Haumeau. Haumea wijst op het belang je te herinneren wie je bent. Echter: hoe kun je weten wie je bent als je niet weet waar je vandaan komt, waar je thuishoort, waar je op je plek bent?

Op je plek zijn


Om authentiek te zijn, om je meest onvervalste zelf te kunnen zijn,
moeten we de plaats van onze bestemming bereiken.

Het thema plek, jouw specifieke plaats op aarde resoneert met de boodschap van Haumea. Zij is mythisch verbonden met de aarde (moederaarde) en gaat over het hebben van bestaansrecht. Het recht op een eigen plek.
Haumea gaat over jouw plek, de plek waar je tot je recht komt, de plek die van jou is. Haumea zegt als het ware: “ zoek en vindt mij”, want zolang je niet op de juiste plek staat, kun je ook niet je ware richting in het leven bepalen en daardoor niet altijd de juiste keuzes maken bijvoorbeeld. Je uitgangspositie (het punt van vertrek) resoneert dan namelijk niet met jouw ware aard. De richting die je opgaat hoort dan misschien wel bij de plek waar je staat, maar past eigenlijk niet werkelijk bij jou. Als je op je eigen plek had gestaan, was je uitgangspositie namelijk anders geweest en had je van daaruit mogelijk ook andere richtingen gekozen. Richtingen die je wezen zou bekrachtigen.

Momenteel doe ik een opleiding en leer ik de methode van systemisch werken. Systemisch werk beschouwt ordening en het hebben van een eigen specifieke plek binnen het grote geheel als een natuurlijk gegeven. Op het moment dat je op je eigen plek staat komt er rust in de ordening. Wanneer je echter van je plek af bent, ontstaat er disbalans. Dan ontstaat er onrust bij jou maar ook in de verhouding en wisselwering met anderen. Wanneer je niet goed kunt gronden, sta je niet stevig in je identiteit.

Ieder mens heeft een eigen aard en een eigen specifieke plek in de wereld. Wanneer je niet je eigen plek afbakent en inneemt, dan ben je dus als het ware van je plek. Je bent niet daar waar je thuis hoort, of anders gezegd: “je bent niet op je plek”. Het kan dan gebeuren dat je je van binnen onrustig voelt, niet stabiel, niet verbonden, afgesneden, niet krachtig, ongezien, boos, gefrustreerd, enzovoorts.
Natuurlijk kun je als aardebewoner niet zomaar even uit de wereld verdwijnen, je moet wel ergens staan. Je bent er dus wel, maar op een dieper niveau eigenlijk niet volledig (want dat kan dus alleen op je eigen plek).
Daarbij is het zo dat wanneer je niet op je eigen plek staat, die plek dus eigenlijk leeg is (onvervuld). Het kan dan zomaar gebeuren dat iemand anders jouw plek en rol in de wereld gaat innemen (de ruimte gaat opvullen). Deze persoon is dan dus eigenlijk ook van zijn/haar plek.

Om op onze plek te komen, dienen we naar binnen te gaan. Onze ware identiteit vinden we in ons hart. We vinden het niet in ons hoofd. Wanneer we in ons hart zijn, zijn we op de plek waar we horen…

“Wees daar waar je hart is”

Fijne feestdagen!
Saskia