De filosofie van boosheid (thema Eris)

Het meest schrik ik van mensen die plotseling héél boos worden, buitenproportioneel boos. Hoewel ik boosheid mogelijk best kan plaatsen, schrik ik van de heftigheid waarmee deze emotie in wereld kan worden gezet. Boosheid kan mij overdonderen en zelfs omverwerpen. Het komt ogenschijnlijk uit het niets. Ineens is het daar zonder waarschuwing vooraf. Het raakt me en het brengt me uit mijn evenwicht geheel volgens de bedoeling van de kwade persoon.

Hoewel je het best zo kunt ervaren, komt boosheid echter nooit zomaar en is het er ook nooit zomaar ineens. Er gaat altijd een ervaring aan vooraf en is altijd een reactie – hoewel je het misschien liever niet altijd wilt horen- op jouw manier van doen en laten. Hoe onterecht of onrechtvaardig omverwerping ook kan aanvoelen, actie leidt nu eenmaal tot een reactie.

Liefde en boosheid zijn met elkaar verwant. Je hebt vast wel eens de uitspraak gehoord: ‘alles draait om liefde’. Als alles in het leven om liefde draait dan moet dit dus ook het geval zijn met boosheid. Dit klopt! Wanneer je goed kijkt naar situaties waarbij boosheid in jouw leven een rol speelde, kun je constateren dat deze emotie altijd werd geuit door een persoon (of meerdere personen) die in de veronderstelling was dat hij of zij tekort werd gedaan. Er werd hem of haar iets onthouden. En dit iets kunnen we vertalen naar liefde. Hoewel dit diepzinnig kan klinken wanneer het bijvoorbeeld de buurvrouw betreft, is deze uitspraak waar. Boosheid ontstaat wanneer de ander het idee heeft dat jij hem of haar afwijst. Dus: wanneer de ander denkt dat jij niet om hem of haar geeft. Dit is het geval met de boze werknemer, de boze buurvrouw, de boze vriendin, het boze kind, de boze ongelovige, de boze gelovige en al die anderen die boos zijn. Allen denken (al dan niet bewust): “Jij houdt niet van mij en daarom moet jij ‘om’!” Boosheid schreeuwt deze waarheid uit en dat is de reden waarom kinderen driftbuien hebben, waarom moeders soms boos zijn op hun puberzonen en dochters, waarom geweldplegers moorden plegen, waarom moordenaars worden opgesloten, waarom IS aanslagen pleegt, waarom Jezus werd vermoord en waarom Eris in de mythe gooide met een appel. Allen reageren (of reageerden) omdat ze het idee hebben dat er niet van hem/haar gehouden wordt. Daarbij is het zo: hoe groter de verontwaardiging en het idee van tekortkoming, hoe vernietigender iemands boze reactie kan zijn.

Wanneer iemand boos is op jou komt dat omdat de ander (al dan niet terecht) concludeert: “jij toont mij geen liefde”. In de ogen van de ander heb je fout gehandeld door iets wel of niet te zeggen, iets wel of niet te doen of door wel of niet ergens iets van te vinden. Want ook het ergens niet mee eens zijn, kan worden vertaald in: “Jij bent het niet met mij eens, dus jij gelooft mij niet en omdat jij het niet met mij eens bent, hou je niet van mij”.
Het niet krijgen van liefde wekt bij de ander woede op. Dit wijst erop dat we alleen boos worden op hen waarvan we liefde verlangen, mensen die we dus ergens diep van binnen eren (achten). Daarbij wordt liefde gezien als iets waar we recht op hebben. Boosheid begint dus eigenlijk met de gedachte: ik wil liefde (want daar heb ik recht op).
Vanuit biologisch oogpunt verhoogt liefde de overlevingskansen. De vraag die de leider van ons persoonlijk besturingssysteem (ons beschermingsmechanisme) zichzelf stelt is dan ook: “ben ik geliefd?” We zullen immers niet zo snel door een externe partij worden aangevallen wanneer we geliefd zijn. Wanneer de vraag “ben ik geliefd?” echter met ‘nee’ wordt beantwoord en de behoefte dus niet samenvalt met de ervaring van de werkelijkheid, kan onze geest (= onze innerlijke bestuurder/aanvoerder) besluiten hierop te reageren met het in de wereld sturen van een emotie. Zo kan woede als verdedigingsstrategie worden ingezet met het doel het ‘kwaad’ af te wenden, om dezelfde reden waarom men soms kogels hanteert om een vijand te verslaan.

Hoe we uiteindelijk op ervaringen reageren, hangt af van de ‘geschooldheid’ van onze innerlijke aanvoerder (onze geest). Hoe meer kennis onze geest bevat hoe meer hij weet en begrijpt over het leven en dus over de liefde. Een geest met een verhoogd bewustzijn weet bijvoorbeeld dat het doel om te vernietigen niet automatisch hoeft te worden ingezet. Deze weet dat wij bewust kunnen kiezen voor een liefdevolle reactie. Anders gezegd: een actie hoeft geen automatische onbewuste destructieve reactie op te leveren. Een en ander is echter afhankelijk van de mate van bewustzijn.

In een rap tempo ontwikkelt de wereld zich naar een hogere orde. Willen wij meegaan in de evolutie dan kunnen wij ons niet meer vasthouden aan de veroordelende programmering van ons verouderde besturingssysteem. Misschien werkt het voor dieren maar voor de zelfbewuste mens vormt het instinct tot zelfbehoud een belemmering voor de vrede. Ja, de natuur is gericht op overleving. Ja, de natuur dient in stand te blijven en niet te worden vernietigd, maar om als mens te kunnen groeien hebben wij echter een nieuwe kijk op de werkelijkheid nodig. De automatische (emotionele) manier van reageren op de buitenwereld met betrekking tot wel of geen liefdevolle benaderingen, kan ons niet verder brengen. Het klopt niet om de ander die ons recht op liefde niet wil of kan honoreren met kracht omver te werpen met boosheid. We moeten ons afvragen in hoeverre onze reacties met de werkelijkheid stroken?
Hoe beter wij onszelf kennen, hoe zuiverder onze presentatie en expressie van onszelf kan zijn. Boosheid kan omwille van de liefde, liefde juist vernietigen. Eris daagt ons uit om dat te herinneren.