Hoop op verandering (thema Quaoar)

Het doorbreken van de weerstand en het scheppen van een nieuwe beweging is verbonden met het thema van Quaoar. Als het je lukt om de energie van de hoge wijsheid in gang te zetten kun je stilstand in de levenservaring: starre patronen, uitzichtloze situaties, geblokkeerde levensenergie transformeren. Quaoar gaat bijvoorbeeld over de machteloosheid die ontstaat door de afwezigheid van hoop. Waarom iets moois scheppen, waarom kiezen voor het leven als het door de omgeving wordt teniet gedaan? Wat is de zin van iets nieuws creëren, je dromen leven, je ideeën verwezenlijken als de nieuwe ervaring toch weer wordt vernietigd?
Wanneer wij ons willen verlossen van stress (het lichaam ervaart weerstand om te zijn waar wijsheid is) moeten wij werken aan het oplossen van deze weerstand. We moeten de angst voor een verkeerde afloop durven om te zetten in hoop. Hoop is de positieve verwachting dat er uit iets nieuws iets moois kan ontstaan.

‘s Ochtends vlak na het ontwaken, staat mijn bewustzijn het meest op scherp. Soms word ik wakker met een idee, een diepgaand weten waarvan ik de innerlijke noodzaak voel om het op schrift uit te werken. Al een aantal keren heb ik echter gemerkt dat ik direct na het ontwaken in mijn hoofd bevind en dat is eigenlijk niet de plek waar ik wil zijn. Ik wil ontspannen, uitgerust wakker worden en in de ervaring van het hier en nu zijn, maar mijn geest houdt er blijkbaar een eigen agenda op na.

Hebben we allemaal niet weleens momenten dat het lichaam hier wil zijn (in feite hier is) maar dat gedachtes je meeslepen naar een wereld vol ideeën, concepten, taal en symbolieken. Wanneer het lichaam ergens is waar de geest niet wil zijn, ontstaat er een disbalans tussen lichaam en geest.
Hoe meer onze geest zich tegen de omstandigheden van de realiteit verzet (omdat het verlangt ergens anders te zijn), hoe minder innerlijke kalmte we zullen ervaren. Tevens is het zo: hoe hopelozer onze omstandigheden, hoe depressiever we ons kunnen voelen. Uiteindelijk kunnen we zelfs het dromen opgeven. Deze gevoelstoestand (die we kunnen verbinden met het thema van Quaoar) laat zich ongeveer als volgt omschrijven: hopeloosheid vanwege uitzichtloosheid. Gebrek aan motivatie of enthousiasme: apathie. Verveling als reactie op het bestaan (de maatschappelijke situatie) waarin men zich bevindt. Het zwarte, sombere gat van het roerloze, zinloze bestaan. De omstandigheden hebben je buiten het speelveld geplaatst. Je zit je tijd uit en wacht tot er iets gebeurt waardoor je nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden kunt scheppen. Tot die tijd ben je gebonden aan tijd en plaats zonder  rooskleurig perspectief voor de toekomst. Concreet kun je hierbij bijvoorbeeld denken aan: uitgeprocedeerde asielzoekers; vluchtelingen in een tentenkamp wachtend op hulp; werkloze jongeren met een buitenlandse achtergrond, zonder perspectief op werk; ontslagen 50 plussers; eenzame ouderen; mensen met torenhoge schulden; dak- en thuislozen, enzovoorts.

Onze geest  verwerkt ervaringen door deze te vertalen, te ordenen, te labelen, te beoordelen, te onderzoeken, te analyseren, te wegen, te herhalen (herkauwen) om het vervolgens te kunnen verwerpen, te bestrijden, naar buiten te brengen (om reacties te peilen en weer nieuwe informatie te verzamelen), vast te houden of in het geheugen op te slaan. Kortom onze geest (het verstandelijk denken) heeft het er maar druk mee. Soms wat te druk. Het kan echter ook zo zijn dat de geest een beetje lui is en zich het er gemakkelijk van af maakt. Om het hoofd opgeruimd en leeg te houden (en omdat het minder energie kost), kan onze geest informatie terzijde schuiven of ergens direct een label aan hangen. Het verstand loopt overigens vaak achter of vóór de feitelijke gebeurtenissen aan (de ervaring heeft al plaatsgevonden of is een idee dat in het hoofd is ontstaan en nog niet werkelijk heeft plaatsgevonden). Het verstand is dus veelal bezig met zaken die buiten het heden liggen.
Dit is geheel anders dan het lichaam. Deze bevind zich altijd in het heden, het heeft geen andere keus. Waar onze geest uit het moment kan verdwijnen, is dat voor het stoffelijk lichaam onmogelijk. Ons lijf blijft altijd in het hier en nu. Toch zitten we niet altijd in ons lijf. Of anders gezegd: we kunnen ons lichaamsbewustzijn op een afstand houden door de gevoelservaring die nu plaatsvindt te negeren of weg te drukken. We vluchten dan het hoofd in, naar een wereld van getallen, cijfers, concepten en idealen. Wanneer gedachtes ons in beslag nemen, dan zitten we dus in ons hoofd. We zitten in ons hoofd wanneer we beelden, concepten, vormen en ideeën die als informatie voor ons geestesoog verschijnen in ons hoofd proberen te verwerken. Hoewel deze mentale wereld heel reëel kan lijken, is deze niet reëel. De reële wereld kunnen we wel via het lichaam gewaarworden, als mens biedt de fysieke ervaring onze enige zekerheid.

Het lichaam verlangt bestaanszekerheid. De behoefte van het lichaam is: overleven. Dit kan de behoefte van de ziel: leven (of zijn) in de weg staan. De staat van zijn vraagt om vertrouwen, rust en balans. Maar als het lichaam angst bij zich draagt, kan het niet vrijelijk de ruimte nemen om ontspannen en vol vertrouwen te zijn. Emoties die niet door de trechter van het verstand konden worden gedrukt blijven als een veld van emotionele energie verbonden met het lichaam. Het lichaam kan dus pijnlijke ervaring vasthouden, door emoties vast te houden. Deze pijnlijke emoties kunnen onbewust zijn en onder de oppervlakte liggen, diep weggestopt in ons lijf en ons beperken in het zijn. Het kan ons letterlijk ziek maken.
De geest helpt (of doet hiertoe een poging) om als een soort innerlijke bestuurder (manager), de fysieke levensbehoeftes te ondersteunen met wijsheid. Het doel van geest is: uitdrukking geven aan, en het toepassen van kennis (wijsheid). De geest ondersteunt de behoeftes van het lichaam, maar ook die van de ziel. De ziel verlangt ernaar uitdrukking te geven aan levenskracht (liefde). Echter: hoe groter de angst voor het leven, hoe groter de kramp (aangegeven door Pluto), hoe meer de behoefte van de ziel onder druk komt te staan en het thema overleving de aandacht zal opeisen. In onze geest is er dan geen, of niet voldoende ruimte om het verlangen van de ziel in wijsheid te ondersteunen.
De ziel wil graag uitdrukking geven aan het leven en gebruikt hiervoor lichaam en geest als middel. Echter: hoe voller ons hoofd met angstige gedachtes en hoe zwaarder ons lichaam wordt belast met emotionele bagage, hoe lastiger het voor de ziel is om luid en duidelijk door te breken.

Ons verstand kan nog zoveel willen sturen, nog zo hard roepen dat we iets moeten en nog zo hard proberen druk uit te oefenen, uiteindelijk bepaalt het lichaam of het aan de roep van het verstand gehoor kan geven. Ik zeg hier expliciet kan, want het lichaam wil misschien best samenwerken, maar kan het gewoon niet altijd vanwege de weerstand die het ervaart. Het lichaam kan blijven steken in een oud patroon, ook al klinken de woorden van het verstand nog zo verstandig. Angst kan de fysieke beweeglijkheid blokkeren waardoor de levenservaring in de basis niet kan veranderen. Als op fysiek niveau de weerstand niet wordt opgelost, kunnen patronen niet worden doorbroken. Hoe frustrerend soms ook voor het verstand, uiteindelijk heeft het lichaam de touwtjes in handen. Wij ervaren het leven via het lichaam. Alles ontvangen we met behulp van onze zintuigen en werkt in op ons gevoel. Alleen het lichaam is zich dus bewust van hoe ervaringen voelen en ons verstand heeft in die zin soms door de door de ogen van het lichaam makkelijk praten.
Ons lichaam bepaalt uiteindelijk of en hoe het zich overgeeft aan de levenservaring die geleefd wil of moet worden. Wanneer angst dusdanig in de weg staat kan dit zelfs tot gevolg hebben dat het lichaam zich schrap zet (zichzelf uitschakelt) en op die manier de omstandigheden dwingt te stoppen met vernieuwen. Levenservaringen (omstandigheden) kunnen namelijk dusdanig op ons inwerken dat we ons gevoelsmatig voor het blok gezet voelen. De omstandigheden kunnen het lichaam dwingen tot het (opnieuw) aangaan of onder ogen komen van weerstand en angst.

Stress wordt veroorzaakt omdat lichaam en geest niet op één lijn zitten. Het verstand wil de ervaring sturen, wil het lichaam ergens naartoe bewegen maar dat lukt niet. Er is fysieke weerstand tegen verandering, tegen het aangaan van de ervaring. Voor het verstand gaat het allemaal niet snel genoeg of het merkt niet voldoende controle en macht te hebben over de omstandigheden en kan vervolgens de druk opvoeren. Meer gedachtes opwerpen bijvoorbeeld en met allerlei oordelen, meningen en argumenten komen om het lichaam maar aan te zetten tot beweging.
Om de stress te elimineren en de crisis aan te pakken moet onze geest dan ook getraind worden. Leren om niet zo te pushen en stil te staan, kalm te blijven en zonder oordelen te luisteren naar het gevoel. Let maar eens op als je stress ervaart. Wat ervaart en zegt die stem in je hoofd? Is het gefrustreerd omdat je fysiek nog hier bent terwijl het verstand hier niet wil zijn?
Het verstand kan wijze dingen roepen, maar innerlijk kunnen we weerstand ervaren om daadwerkelijk te luisteren. Op die manier kunnen wij te lang vast blijven zitten in een bepaald patroon, vasthouden aan een idee, aan vormen, aan situaties die eigenlijk uitzichtloos zijn. Zo kunnen we bijvoorbeeld een relatie tegen beter weten in langdurig in stand houden of een baan niet opzeggen uit angst voor de materiële gevolgen. Emoties kunnen ons gevangen houden binnen de ervaring en het verstand kan dan nog zulke wijze dingen zeggen, we kunnen pas daadwerkelijk in beweging komen wanneer het lichaamsbewustzijn gewekt wordt. De omstandigheden moeten ons zeg maar letterlijk tot inzicht brengen en ons tot het besef laten komen dat het nu  tijd is om gehoor te geven aan wijsheid en een beweging te maken, een stap te zetten in een poging een patroon te doorbreken (uit eigen beweging iets in gang zetten is het thema van Quaoar). Zolang het lichaam echter opereert vanuit een oud programma gebaseerd op angst en overleving, kan het niet openstaan voor het verlangen van de ziel om uitdrukking te geven aan levenswijsheid.

 

 

 

 

Orcus het monster

Orcus mijn monsterlijke ik, mijn schuldenlast, mijn schaduwkant die ik niet onder ogen kan zien. Ik plaats Orcus buiten mijzelf in plaats van in te zien dat hij ook in mij zit.

De planeetjes (Plutoïden) in de Kuipergordel bevinden zich in hetzelfde energieveld als Pluto en zijn energetisch met elkaar verwant. Deze plutonische krachten zijn veelal intens, heftig en worden niet altijd als heel prettig ervaren. Zo ook Orcus. Net als Pluto kunnen we Orcus ervaren als zijnde indringend, intens en absorberend. Daar waar Orcus wordt geactiveerd, komen we oog in oog te staan met de zwarte, duistere, schaduwkant van het leven. Hij is de blokkade die de levenskracht in de schaduw zet.
Vanuit astronomisch perspectief is Orcus het spiegelbeeld van Pluto, als het ware zijn tweelingbroer. Orcus wordt ook wel de anti-Pluto wordt genoemd. Dit omdat zijn baan rond de zon precies tegengesteld is aan die van Pluto. Als Orcus in zijn aphelium (het punt waar de afstand tot de zon het grootst is) dan bevindt Pluto zich in zijn perihelium (het punt dat het dichtst bij de zon gelegen is) en omgekeerd.

In een eerder artikel (zie Orcus onder rubriek Plutoïden) komt het indringende, overweldigende, heftige karakter van Orcus misschien niet zo naar voren. Dit terwijl Orcus wel wordt geassocieerd met de duistere, monsterlijke kant van het leven. In sagen en sprookjes zien wij hem dan ook terug als Oger, Ogro of Ogre. Dit zijn grote, lelijke, oorlogszuchtige mensachtige, bebaarde monsters of reuzen. De Italiaanse Orco (een soort boeman) voedt zich met mensenvlees. We treffen hem ook aan als Orc in ‘de Lord of the rings’ en in sommige computerspellen wordt hij gepresenteerd als een sadistisch monster of een demon van de hel. En ook uit de woorden orka en orkaan kunnen wij zijn overweldigende en alles absorberende energie opmaken.
Orcus is als de donkere deken die op de aarde neervalt wanneer het licht van de zon wordt geblokkeerd. Zoals een wolk op een mooie zomerse dag plotseling voor de zon kan schuiven, zo werpt ook hij een schaduw op de aarde, hiermee zijn komst aankondigend.

Met onze slechtheid valt niet te pronken, het is niet iets om trots op te zijn. Wanneer wij door schande te gronden worden gericht en schuldig worden bevonden dan houden we het gedrocht van onze schaamte liever verborgen. Het monsterlijke gedrag dat zo lelijk was kon en kan het daglicht niet verdragen. We stoppen de brullende lelijkerd liever weg in de diepste regionen van ons binnenste waar we het niet meer hoeven te zien of te horen. We draaien ons er van af, slikken het in en we schamen ons voor het monster wat wij in ons herbergen. Het monster dat wij zijn. En in de duisternis absorbeert de negatieve creatie van onszelf de positieve creatie die wij in werkelijkheid zijn. Een schaduw werpt zich vervolgens over ons innerlijk wezen, want of we het willen of niet, of we het ons nog herinneren of niet: het monster wandelt met ons mee. Waar wij ook heen gaan, we slepen het met ons mee en de zwijgplicht die wij ons hebben opgelegd smoort ons in het geniep. Het put ons uit, het ontkracht ons.

Orcus is een geladen (beladen), alles doordringende energie. Hij is de schaduw die we meenemen uit een (ver) verleden. We zijn in zijn ‘muil’ gestapt, het monster heeft bezit van ons genomen. We zien dit terug in sprookjes, waarin de hoofdpersoon van het verhaal wordt opgegeten door een reus of dreigt te worden opgeslokt door een gewelddadig wezen. Orcus is een energievreter, het monster dat ons opvreet. Hij voedt zich immers met mensenvlees. Dit kunnen we figuurlijk associëren met: hij dringt fysiek tot ons door en is in staat ons leeg te zuigen. (Herinner je: hij is het spiegelbeeld van Pluto. Hij toont ons, spiegelt ons, op fysiek niveau wat onderhuids speelt).
Orcus wijst op een diepgeworteld schuldgevoel en schaamte. Hij heeft betrekking op de angst om je meest dierbare bezit, namelijk: je reputatie, te verliezen. Dit door toedoen van krachten die erop uit waren om je gevoel van zelfrespect (eigenwaarde) te beschadigen. Denk hierbij aan de beschadiging van verworvenheden, zoals: expertise, kennis en kunde, verrichte prestaties enzovoorts.
Waardigheid kan je worden ontnomen uit jaloezie, onbegrip, angst voor machtsverlies of puur uit gebrek aan inzicht. Het kan echter ook zijn dat wij onze macht hebben misbruikt, onze talenten te grabbel hebben gegooid of vanuit onze positie bezit hebben toegeëigend die de grens van de bedoelde schepping overscheidde. Het kan zijn dat we uit angst voor tekortkoming en uit gebrek aan vertrouwen tegen eer en geweten hebben gehandeld en daarmee de balans tussen nemen en geven hebben verstoord.
Wanneer het ons voor de wind gaat, wanneer we denken dat er ergens meer winst valt te behalen, kan het gebeuren dat wij uit materiële overwegingen keuzes maken die op zielniveau niet met de innerlijke waarheid resoneren. Met andere woorden: wij negeren de stem van het geweten, de stem van innerlijke wijsheid.
Wanneer je meer neemt dan je toekomt, jezelf verrijkt ten kostte van hogere principes neem je het besluit om met ogen open in de kuil van het monsterlijk ego te stappen. Orcus gaat over zelfverloochening en ook over grensoverschrijdend handelen. Door de waarheid in onszelf te negeren en de grens van het liefdeloze te overschrijden kiezen we voor de schaduwkant van het leven.

Wanneer we bevangen worden door de angst om in de ogen van anderen te falen, worden we in plaats van uitdrukking te geven aan onze gaven, innerlijk verteerd door negatieve gedachtes over onszelf. We slikken onze kwaliteiten liever in, we houden ze liever vast. We schamen ons. Sterker nog: wanneer we maar lang genoeg in de ontkenning van onze daadkracht blijven zitten, kunnen we op den duur gaan geloven dat we geen kwaliteiten bezitten. We zijn vergeten dat we kwaliteiten bezitten die ons ooit veel geluk hebben gebracht en zijn in onze lelijkheid gaan geloven (de schok van falen had impact en we trokken de conclusie: eens schuldig altijd schuldig).
Keer op keer zien we onze lelijkheid in de ogen of via de reactie van anderen bevestigd (gespiegeld). Onze geest trekt telkens de conclusie: “zie je wel, we worden genegeerd. De ander is ons liever kwijt dan rijk.” Onze geest zoekt voortdurend bevestiging en middels de reactie van anderen op ons handelen, zien we in de buitenwereld onze gefaalde ik bevestigd. Maar als we niet trots zijn op wat we te bieden hebben en ons van binnen schamen, hebben we de neiging ons in te houden en ons te verstoppen. Ons ego kan in een dergelijk geval besluiten om anderen af te leiden van onze schaduwkant, dit door te pronken met materieel bezit en door te proberen onze schaduw te overstralen. We kunnen mooie dingen verzamelen om er vervolgens bovenop te gaan zitten. In de geest van: “ik bezit dan misschien geen…, maar ik bezit wel een mooie auto, een mooi huis, een belangrijke en drukke baan in de maatschappij, waar ik trots op kan zijn en waar ik mee kan pronken.” We kunnen de aandacht afleiden van onze tekortkoming door datgene waar we anderen mee de ogen kunnen uitsteken, op de voorgrond te drukken. Dat wat we minder waarderen stoppen we vervolgens diep in de grond waar het ons vervolgens langzaam uitholt (in de grond groeit het zaad uit tot een krachtig energieveld dat zich voedt met onze levenskracht). Zo kan verhulde (vergeten) schaamte voor onze daden alles wat goed en mooi is, overschaduwen

Overtuigingen kunnen onze werkelijkheid vervormen en er iets dusdanig monsterlijks van maken dat het buitenproportioneel angstaanjagend wordt. Een voorbeeld van zo’n ‘transformator van de werkelijkheid’ is een gebrek aan trots. Gebrek aan trots komt voort uit een negatief waardeoordeel. De overtuiging luidt in zo’n geval: “ik ben het niet waard om trots op te zijn”, of kort door de bocht: “Ik ben waardeloos.” Zo’n overtuiging is gebaseerd op twee indringende en alles verterende emoties, namelijk: schuld en schaamte. Beide gevoelens geven je in slecht te zijn wanneer je voor persoonlijk gewin kiest of wanneer je jezelf gelukkig prijst of rijkdom ervaart.
Ik schets hier ter onderbouwing de volgende situatie: stel je een veld met bloemen voor: giften van de natuur. Je bent vrij om ze te plukken, om ze mee te nemen in een vaas te zetten en er van te genieten. Toch ervaar je de ongeschreven regel om dit niet te doen. Het naïef bloemen plukken kent een prijs (denk hierbij ook aan de mythe van Hades en Persephone). Maar is dit waar? Handel je uit eer en geweten wanneer je de bloemen, een geschenk van Demeter (Ceres), onaangeraakt laat? Wanneer je jezelf niet de rijkdom en het materieel geluk gunt dat je zou kunnen bezitten, neem je dan niet het besluit om in de schaduw van je rijkdom te leven? De vraag die we onszelf kunnen stellen is: wanneer ontneem ik mijzelf eigenlijk het plezier van een gift, ondermijn ik als het ware mijn welvaart en wanneer is er sprake van een oneigenlijke kwestie van zelfverrijking?

Soms kunnen we uit bescheidenheid en/of angst het materiële geluk (een gift), dat ons toevalt afwijzen. We denken dan misschien de eer aan onszelf te houden door de stem van het geweten te volgen, maar wanneer we materieel genot veroordelen uit angst verkeerd bezig te zijn, lopen we het risico in de schaduw van onze mogelijkheden te belanden. Waarom zouden we zoiets als schoonheid, geluk, talent dat ons op aarde vooruit helpt, onze aardse mogelijkheden vergroot en onze horizon verruimt, afwijzen? Toch oordeel ik vaak: “pas op! Je bent slecht wanneer je kiest voor persoonlijk gewin!”
Orcus geeft hierop het antwoord:

Hoe kan ik rijk zijn, als ik mijn rijkdom niet in ontvangst neem?
Treedt uit de schaduw. Laat schuld en schaamte sterven, vergeef en heel het verleden en oogst je talent opnieuw. Jij bezit het vermogen om je kwaliteiten als gift in de wereld neer te zetten. Hiermee kun jij je innerlijke rijkdom vergroten. Alleen door schade en schande kun je wijs worden…