Wilskracht en Pluto

De zon en de maan en alle planeten kunnen we verbinden met krachten. Zo kunnen we bijvoorbeeld de zon symbolisch verbinden met onze persoonlijkheid, met onze Ik-kracht.
Krachten kunnen ons leven verrijken, zeg maar bekrachtigen. Zij kunnen echter ook worden verwaarloosd waardoor ze niet tot ontwikkeling komen. Ze kunnen in dat geval niet optimaal worden ingezet en zelfs een vernietigende werking hebben.
Wanneer de zon zich als krachtbron zwak uit, verblijft hij in de schaduw van zijn eigen grootsheid. Maar als de zon zich scheppend uit, zal dit de energie van liefde opwekken. Wanneer een kracht zoals Pluto zich vernietigend uit dan kan dit angstaanjagende vormen aannemen (angst opwekken).

Ook Pluto en de Plutoïden zijn krachten. In mijn beleving zijn zij deze krachten verbonden met de opkomst en ondergang van de zon. Symbolisch bezitten zij zeg maar de kracht om de zon (astrologische betekenis, dus de: ik-kracht) te vernietigen of te ondersteunen in zijn herrijzenis. De kracht die deze macht bezit is: de Wil of de Wilskracht. Want als je er goed over nadenkt, is de wil een sterke, vasthoudende, indringende en krachtige energie die in staat is om de persoonlijkheid (de ik-kracht) te overvleugelen. De Plutoïden kunnen we vanuit deze context beschouwen als deelpersoonlijkheden van de wil. Wij kunnen ze associëren met wilskrachten.

Soms kan de wil de indruk wekken een eigen leven te leiden. Zo kan de wilskracht zich soms tegen je keren waardoor het geen ondersteunende kracht, maar een ondermijnende kracht wordt. De wil lijkt er dan als het ware een eigen wil op na te houden. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer de wil zich verzet tegen de innerlijke leiding van het ware zelf. In dat geval kan onze persoonlijkheid (de zon) zich niet volledig ontplooien. In het ongunstigste geval kunnen we zelfs ontsporen. Laat mij dit met een simpel voorbeeld verduidelijken:
Ik heb mij voorgenomen om minder te gaan snoepen, toch lukt me maar niet om het snoepen te verminderen. Mijn wilskracht doet dus zeg maar niet wat ik wil.
In dit voorbeeld: mijn gebit en mijn gezondheid zullen bij langdurig snoepen achteruit gaan. Mijn wil heeft dus op invloed op mijn ik. Sommige noemen dit misschien een zwakke wil, maar eigenlijk is er sprake van een zwakke ik-kracht (zon).

De zon is levensgevend. De voornaamste kracht in de horoscoop is dan ook de zon. Alle andere krachten (planeten, asteroïden en spirituele punten) zijn ondersteunende krachten voor deze levensgevende energiebron. Zij kunnen de persoonlijkheid (de ik-kracht) helpen versterken. Er is echter zoiets als een ‘kleine ik’ en een ‘grote ik’ (een lagere persoonlijkheid en een hogere persoonlijkheid). De kleine ik, ook wel het ego genoemd, is zeg maar een versluierde vorm van onze grote ik. Het is het nog niet volgroeide zelf. Toch maken zowel de kleine ik als de grote ik onderdeel uit van de zon (astrologische betekenis). Beide noemen we dus ik. Toch is de grote ik, het ware zelf, onze ik in de puurste vorm.
En dan nu mijn punt: Net zoals er iets is die mijn gedachtes bestuurd of mijn emoties beheerst, is er ook iets dat mijn wil aandrijf. Dit iets ben ik. Wanneer wilskracht echter wordt aangestuurd vanuit de behoefte van de kleine ik, in plaats van de grote ik, ontstaat er echter disbalans en heb ik het idee dat de wil niet naar altijd mij luistert. Hier enkele voorbeelden:
– Ik (grote ik) wil mijn kalmte bewaren, toch word ik (kleine ik) heel boos en begin te schreeuwen
– Ik (grote ik) wil een heldere geest, toch raak ik (kleine ik) verslaafd aan alcohol
– Ik (grote ik) wil vrede, toch maak ik (kleine ik) voortdurend ruzie
– Ik (grote ik) wil niet ziek worden, toch word ik (kleine ik) ziek.

In bovenstaande voorbeelden zie je dat de wil geen gehoor geeft aan de behoeftes van de grote ik. De wil lijkt er een eigen wil op na te houden. Toch is dit schijn. In de bovenstaande voorbeelden voedt de wil immers de behoeftes van de kleine ik. Anders gezegd: de wil vervult de behoeftes van het ego.

Willen wij onze wil samen laten vallen met onze hogere persoonlijkheid, dan zullen we eerst de kennis over onszelf moeten uitbreiden. We moeten uitzoeken wie wij werkelijk zijn om ons vervolgens met onze werkelijke ik te kunnen verzoenen. Wanneer we ons namelijk uit onbewustheid vereenzelvigen met onze versluierde ik (die klein wordt gehouden door veelal onbewuste maar sterke overtuigingen, vasthoudende gedachtes en intense gevoelens), zal de wil automatisch de verlangens van de versluierde ik volgen. Anders gezegd: de persoonlijkheid waarmee wij ons vereenzelvigen (dus: kleine ik of grote ik), zal door de wil worden bekrachtigd.
Pas wanneer wij beginnen onszelf te kennen, kan er een transformatie op gang komen. Pas dan zal de wil niet meer mijn ego-ik gehoorzamen, maar in harmonie kunnen gaan samenwerken met mijn hogere zelf.