Egoïsme: thema van de Zon in de horoscoop

Eeuwen achtereen hebben we ingeprent gekregen dat het egoïstisch is om eerst aan jezelf te denken. De kerk predikte dienstbaarheid en naaste liefde en het was ‘not done’ om jezelf op de eerste plaats te zetten. Het verkondigen van de dienstverlenende, barmhartige boodschap heeft zich gedurende de tijd hardnekkig in onze geest genesteld. Vermoedelijk was het idee erachter dat een dusdanige opstelling het egoïsme uit de wereld kon bannen. Wanneer iedereen immers besluit om zichzelf op de tweede plaats te zetten, zul je een ander immers nooit voor het hoofd stoten en de wereld zal als vanzelf een vriendelijk karakter krijgen.
Op het eerste gezicht is het uiteraard een nobele gedachte om jezelf ten dienste van de ander op te stellen, maar het kan stressverhogend werken wanneer je vergeet dat je gelijkwaardig bent. Zodra je de ander boven jezelf gaat plaatsen, loop je het risico jezelf tekort te doen. Het is voor je gevoel van eigenwaarde niet goed om de ander een meerwaarde toe te kennen. Daarbij kom je met jezelf in de knoei wanneer je je voortdurend verantwoordelijk voelt voor een ander zijn of haar levensgeluk. We komen in conflict met onszelf en belanden uiteindelijk zelfs in een crisis wanneer we vergeten om naast de ander ook onszelf te eren. Wanneer we bijvoorbeeld continu bezig zijn met de vraag: “wat heb jij van mij nodig?” En niet (of pas in tweede instantie) met: wat heb ik nodig?
Daarbij is het zo dat wanneer jezelf schikken (je nederig opstellen) ten opzichte de ander en/of ten opzichte van de maatschappij de norm is, de ander of het maatschappelijk systeem voor ons gaat bepalen wat goed is en wat niet.

Een voorbeeld van de stressverhogende factor dat voortvloeit uit het ideaal om de behoeftes van anderen op de eerste plaats te zetten, heeft betrekking op het thema: wachttijd. Een dienstbare opstelling vraagt ons namelijk om de wachttijden zoveel mogelijk te beperken. Aandacht hebben voor de ander geeft blijk van liefde en genegenheid. Iemand langdurig en onnodig laten wachten niet. Iemand laten wachten kan de indruk wekken dat je aandacht is verslapt, of kort door de bocht: door iemand te laten wachten kun je de boodschap uitstralen dat je je niet genoeg voor de ander interesseert. We kunnen vanuit het moraal van dienstbaarheid bang zijn de ander tekort te doen of in het ergste geval: de indruk wekken egoïstisch te zijn wanneer we onze taken niet snel genoeg afkrijgen. Om die reden kan een oplopende wachttijd voor sommige hardwerkende al dan niet bewust een lastige kwestie zijn. Zij ervaren een tijdsdruk om iets maar zo snel mogelijk in een zo kort mogelijke tijd voor elkaar te krijgen. Om te voorkomen dat de ander slecht over hen gaat denken, kunnen zij overdreven hard hun best gaan doen. Eigenlijk kunnen we in een dergelijk geval ook geen “nee” zeggen, want dan stellen we iemand mogelijk teleur en dat is uiteraard egoïstisch.

Wat zou het heerlijk zijn: wanneer we de race tegen de klok konden laten varen omdat we de angst een ander tekort te doen kunnen loslaten. Wat zou het heerlijk zijn als iedereen elkaar in zijn of haar waarde laat en zich neerlegt bij het feit dat een ander soms andere keuzes maakt. Wat zou het heerlijk zijn om te kunnen vertrouwen op de goede bedoelingen van de ander en bovenal om te kunnen berusten in wat zich in het hier en nu aandient.
Is een dergelijke opstelling egoïstisch? Ik denk van niet. Voor mij is de tijd aangebroken om af te rekenen met al die stemmetjes in mijn achterhoofd. Stemmetjes die influisteren: “hou je wel voldoende rekening met…? Schiet je wel op…?  Doe je wel voldoende je best?”

Wat zal de uitwerking een groots effect hebben wanneer we massaal afrekenen met de overtuiging ‘slecht’ te zijn en wanneer we onszelf en de ander een dienst bewijzen door de liefde voor het leven op de eerste plaats te zetten. Wat zal het effect groot zijn wanneer we dienstbaarheid tonen aan het leven zelf, puur door onszelf lief te hebben!

Kinderen in het Watermantijdperk

Waarschijnlijk heeft elke ouder wordende generatie wel wat aan te merken op de jeugd. Zelf ben ik hierin niet heel anders, ook ik denk dat de jeugd zich anders is gaan gedragen. Zover ik om mij heen kan zien, lijkt de jeugd zich anders te gedragen (lees: te uiten) dan, laat ik het ruim nemen, 100 jaar geleden. Uit eigen ervaring en uit de verhalen van mijn ouders weet ik dat een weerwoord uiten tegen volwassenen in het verleden uit den boze was! Ik waagde het niet om zomaar openlijk en vrij tegen de mening van mijn ouders in te gaan, om zeg maar spontaan naar links te gaan wanneer zij zeiden dat ik naar rechts moest. Een fatsoenlijk kind deed wat er van hem/haar gevraagd werd. Oké, ik geef toe, ook ik kon best behoorlijk tegendraads zijn (ik heb de Zon conjunct Uranus in mijn horoscoop staan), maar ik hoef maar naar mijn eigen kinderen te kijken en hun vriendjes en vriendinnetjes om te weten dat het tegenwoordig toch van een ander kaliber is. Er lijkt echt iets wezenlijks te zijn veranderd in de manier van verbaal uiting geven aan ongenoegens bij de kinderen om mij heen.
Voor een deel wijt ik dat aan de toegenomen mate van zelfexpressie waarin kinderen zich mee weten te bedienen. Er zijn voldoende activiteiten, uitjes, clubs, cursussen, naschoolse activiteiten, kledingwinkels (en dus ook goed gevulde kasten), waarmee kinderen als een eigenzinnig individu in de wereld voor de dag kunnen komen. Ik moedig als moeder dit gevoel van eigenheid beslist aan, maar tegelijkertijd vraagt dit een enorm incasseringsvermogen.
Op school wordt het formuleren van een eigen mening in klassikale gesprekken gestimuleerd. Als opvoeder moet je stevig op de grond blijven staan, wil je niet verbaal en emotioneel omver geworpen worden door de wilskracht van zoon of dochter. Het is tegenwoordig bijvoorbeeld heel normaal om een stevige ‘nee’ te horen van een vierjarige omdat deze het vertikt een broek aan te trekken die jij hebt klaargelegd, omdat ze liever het leuke zomerse rokje wil dragen (ondanks dat het buiten sneeuwt). Ik zie het bij veel ouders om mij heen, de normaalste dagelijkse dingen gaan meestal niet zonder slag of stoot. NEE is bij veel kinderen namelijk toch zeker een JA en dit recht op deze ja, moet telkens opnieuw worden bevochten.

Over het algemeen kunnen we denk ik wel zeggen dat alle ouders het liefst een warm nest vol liefde voor ogen hebben. Maar de kinderen in deze tijd zijn ontzettend bijdehand, eigengereid en ware verzetshelden geworden dat de opvoeders van tegenwoordig ofwel zwakke slappelingen worden, die alles maar goed vinden en alles maar toelaten, of ze worden ware legerleiders, rechters, psychotherapeuten of coaches. Het lijkt tegenwoordig vaak niet meer genoeg om gewoon een leuke moeder of vader te zijn en te denken dat je woorden “nee, dit mag niet” vanzelfsprekend aangenomen wordt. Je moet als ouder (en ook leerkracht) van hele goede huize komen en een grote rugzak aan middelen en bagage hebben om op ieder moment het best geschikte en het meest juiste te kunnen doen. Daarvoor moet je zelfbewust, goed opgeleid en ontwikkeld zijn.
De verandering die ik bespeur, van een meer meegaande naar een meer zelfbewuste generatie, lijkt overigens een logisch gevolg van de verandering van diens ouders. Freud en Jung en velen anderen, hebben in de vorige eeuw een deur geopend naar persoonlijk inzicht en zelfkennis. Er is een hele ontwikkeling op gang gekomen die mensen in staat hebben gesteld om de emoties beter te begrijpen en die hun diepere gedachtes boven tafel hebben gebracht. Veel ouders van nu, hebben daardoor stilgestaan en nagedacht over bijvoorbeeld de eigen jeugd en zijn eventuele verwerkingsprocessen aangegaan waardoor zij een stukje zelfbewustzijn hebben verworven.

Kinderen van deze nieuwe tijd (Waterman) ontwikkelen hun eigenheid, zelfstandigheid en originaliteit. De kinderen van nu lijken verbaal zo sterk, zo ontzettend wijs, maar ook zo ontzettend eigengereid (ook dit moet gezegd worden) dat de manier van opvoeden vergeleken met het Vissentijdperk andere eisen stelt.
De kinderen van de nieuwe tijd hebben behoefte aan vrijheid en laten zich niet wijs maken door ouderwetse regels, normen en waarden, waarmee generaties achtereen zijn opgegroeid. Zij schoppen heilige huisjes omver en binden de strijd aan met hun leraren en opvoeders. Zij willen zelf bepalen en zelf ontdekken wat goed voor hen is, daarbij vele volwassen tot wanhoop drijvend. De kinderen dwingen ons direct en indirect een omslag te maken, want hoe meer ouders en leraren zich vasthouden aan het ‘oude’, hoe meer deze kinderen zich zullen verzetten. Als opvoeden gebaseerd blijft op waarden uit de vorige eeuw, dan gaat dit niet meer werken.
Ouders zijn voor een deel hun gezag en ook het automatische respect kwijt. Vroeger hoefde een vader maar even streng van achter zijn krantje op te kijken of het kind hield wijselijk zijn mond. Nu is een strenge blik alleen niet meer genoeg. Het kind wil een eerlijk antwoord van zijn vader en moeder en laat zich niet zo eenvoudig de mond snoeren en zich afschepen met een “waarom?.. Daarom!” antwoord.
Nu zullen er mensen zijn die menen dat ouders te ‘soft’ zijn geworden. En voor een deel is dat misschien ook wel waar. Het is gewoon niet meer van deze tijd om ze aan hun oren te trekken of ze een tik te verkopen. Ouders weten uit eigen bewustwordingsprocessen dat het belang van liefde en respect zwaarder moet wegen dan neerbuiging en straffen. We zijn tot het besef gekomen wat het gemis aan respect, liefde en begrip teweeg kan brengen. Er is in de afgelopen eeuw door de psychologische revolutie veel opgerakeld en ouders weten dat het anders moet, maar missen vaak nog de handvatten (en het voorbeeld) om het daadwerkelijk ook anders te doen.
In het Vissentijdperk ging het om aanpassen, opofferen en wegcijferen binnen het geheel. Je liet je meer beïnvloeden en liet niet zomaar je eigen mening horen, je volgde niet zomaar je eigen idealen maar gewoon de stroom van het leven. Je leven dreef op die manier als vanzelf voort en je deed je taak. In het vissentijdperk liet je je leiden door hogere heilige machten (je ouders, de baas op de werkvloer en vooral ook God).
Maar er heeft een verschuiving plaatsgevonden naar het teken Waterman. De kinderen van het heden en de toekomst zijn daardoor op zoek gaan naar hun eigen normen en waarden, naar hun eigen grenzen en idealen. De tijd waar je je mond moest houden en stilzwijgend moest toezien en met je liet sollen is voorbij. Een ontwikkeling die tot gevolg heeft dat de kinderen van deze tijd, door hun individuele behoeftes, zichzelf het liefst in het centrum van de wereld geplaatst zien. Er is daardoor geen plaats meer voor moeders en Vaders die zeggen dat hun zoon of dochter zijn of haar spullen NU moet opruimen en niet STRAKS. De kinderen in de overgang van Waterman naar Vissen zijn sterk ik-gericht en het is aan hen en aan hun opvoeders om de lagen rondom het ego af te pellen en zodoende tot de kern te komen. Eerder werden goede manieren, omgangsvormen, respect en dergelijke afgedwongen door het geloof in God en ouderlijk gezag. Er was eerder sprake van hiërarchie in posities van belangrijkheid. Nu brokkelt deze langzaam af en komt de mens steeds meer op gelijke voet met elkaar te staan.
Voordat wij echter zover zijn en al die lessen zijn geleerd, moet ik het samen met al die andere moeders, vaders en opvoeders het maar zo goed en kwaad als het kan met mijn kroost zien te rooien.