Emotionele betrokkenheid: loyaliteit en onthechting (thema Huya)

Net als de meeste mensen heb ik behoefte aan aandacht en genegenheid. Ik voel mij niet graag in de kou gezet door degene van wie ik zorgzaamheid en betrokkenheid verwacht. Maar wat nu als de ander mij negeert? Is het dan wijzer om het verlangen aan emotionele binding de rug toe te keren? Als ik van de persoon van wie ik belangstelling (liefde en genegenheid) verlang niet krijg waar ik op hoop, doe ik er dan goed aan om die persoon links te laten liggen? Of laat ik mij in een dergelijk geval dan leiden door het gezegde: oog om oog, tand om tand? Liever breng ik de ander tot inzicht en creëer ik de mogelijkheid tot verandering, maar hoe doe ik dat? Wat is wijsheid? Dit is een puzzel waar ik niet zomaar uitkom en ik vraag me af: wat zou een wijze meester hierover zeggen?

Confusius is zo’n leraar. Hij kwam uit het oude China en zijn gulden regel was: Behandel anderen nooit op een manier waarop je zelf niet behandeld wilt worden. Karen Armstrong schrijft over de leer van Confucius in haar boek (in naam van god, religie en geweld) dat een rechtvaardig persoon (Junzi = edelmoedig mens) in zijn hart moest kijken en ontdekken wat hem pijn deed en vervolgens in alle omstandigheden weigeren iemand anders pijn te doen.
Ik vraag me hierbij wel af: Hoever ga je in je loyaliteit als een ander jou met een gebrek aan genegenheid tegemoet blijft treden?
Confucius was van mening dat je altijd respect moest hebben voor je meerdere, maar dat deze nooit zijn positie mocht misbruiken. Maar wat nu als dit laatste wel gebeurt? Wat doe je als iemand die zich in een machtspositie bevindt niet loyaal is?

Veel mensen koesteren een diep gewortelde wens in belangstelling te staan bij een specifiek persoon, maar raken teleurgesteld wanneer (telkens opnieuw) blijkt dat de ander van wie ze genegenheid verlangen hen niet ziet. Wanneer de liefde onbeantwoord blijft, kan er een blijvend gemis van leegte ontstaan, iets dat we maar moeilijk van ons kunnen afschudden. In plaats van zelfstandig, vrij en vervuld zijn we in zo´n geval afhankelijk en onvrij. Uit ‘hongersnood’ kunnen we ongemerkt veranderen in bedelaars die niet bedelen om geld maar om aandacht, zorg en liefde.
Het verlangen naar zorgzaamheid zomaar even loslaten, kan heel lastig zijn en soms zelfs onmogelijk. Zo zal bijvoorbeeld een kind dat wordt verwaarloosd niet gemakkelijk zijn eigen ouders de rug toekeren. Om dezelfde reden kan het voor een werknemer, die uit verantwoordelijkheid voor zijn gezin het hoofd boven water moet houden, lastig zijn om het inkomen op te geven, ook al zijn de werkomstandigheden slecht.
Wanneer de ander die in een bepaalde rol en machtspositie verkeert niet die rijk gevulde emotionele voedingsbodem blijkt te bezitten, iets waar jij op rekent, kan dit je angst en gevoel van instabiliteit vergroten. De mate van afhankelijkheid en machtsverhouding is bepalend hoezeer iemand gebukt kan gaan onder een blokkade van emotionele uitwisseling van energie. Je moet in dat geval vertrouwen en bouwen op iemands genegenheid, terwijl de bron waar je uit wilt putten niet betrouwbaar is.

Ook het confucianisme had over dit probleem nagedacht. Zo staat er op Wikipedia te lezen: “Volgens het confucianisme heeft een rechtvaardig persoon het recht om te rebelleren tegen onrechtvaardige heersers, omdat die op dat moment hun plichten niet nakomen en dus de onderlinge relatie niet wederkerig is.”
Misschien tegenstrijdig, maar tegelijkertijd vond Confusius respect en ontzag voor ouders en meerdere belangrijk en was hij van mening dat we anderen nooit op een manier moeten behandelen waarop je zelf niet behandeld wilt worden. Dus aandacht afdwingen door bijvoorbeeld geweld te gebruiken, zal Confusius waarschijnlijk niet zo wijs hebben gevonden. Maar wat dan wel?
Misschien is het een idee om in het geval van onrechtvaardigheid te rebelleren door ons te onthechten van het onderwerp van ons verlangen en de behoefte aan diens genegenheid de rug toe te keren? Dit dan wel op een manier die niet neigt naar het oog om oog en tand om tand principe. We zouden ons daarom misschien ontvankelijk en toegeeflijk kunnen opstellen, terwijl we ondertussen op zoek gaan naar anderen aan wie we ons kunnen hechten?
Ik heb het hier echter niet over vluchten. Wanneer het verlangen naar emotionele binding met een betreffende persoon niet lukt, kunnen we (vanuit een gevoel van leegte) tijdens onze zoektocht naar een vervangende emotionele voedingsbron onze afhankelijkheid in stand houden, door verslaafd te raken aan zoiets als genotsmiddelen. Ook dat kan een manier zijn om met kille harteloosheid om te gaan. Uit behoefte aan liefde en genegenheid kunnen we ons aan iets of iemand anders vast gaan klampen. Echter, het vinden van een surrogaat ‘dorstlesser’ is niet de oplossing. Daarbij is het zo, dat al krijg je nog zoveel liefde en aandacht van een ander, de behoefte aan verbinding met juist die ene persoon (die dus tekortschiet) kan blijven doorsudderen (ook al weet je verstandelijk dat de relatie uitzichtloos is).

Energie draagt net als water de impuls van de beweging in zich. Waar vrije energie zich voortdurend voortbeweegt en transformeert tussen schepping, vernietiging, oplossing en wederopstanding, gooit stilstaande energie de rem op de natuurlijke kringloop van het leven. Het vertraagt processen, bemoeilijkt de uitwisseling van contact en het houdt vernieuwing tegen. Stilstaande energie verspreidt zich niet en is als stilstaand water in een gesloten fles. Met een dichte dop op de fles blijven de glazen leeg.
Het gevoel als een lege beker te zijn, creëert een gevoel van machteloosheid. Je verlangt naar vervulling maar je hebt geen macht over het levensgevende water in de dichte fles. Als een kind voor een dichte snoeppot, mag je de zoetigheid niet aanraken en er alleen vol hoop en verwachting naar kijken.

Wanneer wij iemand positieve aandacht geven en met positieve emoties tegemoet treden, dan laden wij deze persoon met positieve energie. Wanneer wij echter negatieve emoties uitzenden of emotionele betrokkenheid afwijzen (dus geen emotionele aandacht geven), kan de ander dit als afwijzing of zelfs verstoting ervaren. Wanneer je je in zo’n situatie bevindt en je de pijn van de afwijzing wilt doorbreken, zit er volgens mij niets anders op dan je verlangens los te laten. Vroeg of laat zul je tot het besef moeten komen dat je kunt wachten tot je een ons weegt. Wanneer iemand namelijk niet in staat is iets van zichzelf te schenken, moet je je bij de situatie neerleggen. Langdurig en hard trekken aan een gesloten deur is een zinloze strijd. Hoe graag je het ook wilt de liefde zal naar verwachting onbeantwoord blijven. Tenzij de persoon in kwestie een draai van 180 graden maakt, iets wat niet onmogelijk is maar je kunt er niet op gaan wachten.

Ophouden met trekken aan een gesloten deur hoeft in mijn ogen niet te betekenen dat je de ander helemaal de rug moet toekeren. De relatie zou misschien vanuit een gevoel van belangeloosheid en zonder te hechten aan de uitkomst kunnen voortbestaan. Je kunt best respectvol zijn en gericht op iemands welzijn zonder hier iets voor terug te verlangen.
Hoe pijnlijk het misschien ook is: een onafhankelijk en ‘edelmoedig’ persoon zal liever het uitzicht verkiezen boven het uitzichtloze. Wanneer de ander jou dus geen warm hart toedraagt, doe je er goed aan (hoe moeilijk dit misschien ook is) om uit zelfrespect geen waarde te hechten aan genegenheid die er niet is. Iets wat er niet is, heeft immers geen waarde. Waarom dan langdurig een hoge prijs betalen en vasthouden aan iets dat geen waarde heeft?

*Het bovenstaande thema zouden we kunnen verbinden met de boodschap en betekenis van Huya. Hij gaat over het keurslijf waar we ons in kunnen bevinden en wijst op het belang van loslaten.